7e kwartaalverslag


47.337

FAILLISSEMENTSVERSLAG         Nummer: 7                        Datum: 13 april 2011

Gegevens onderneming            :  Dijkstra-Koudum BV

Faillissementsnummer               : 09/226 F

Datum uitspraak                        : 6 oktober 2009

Curator                                       :  mr. J.H. van der Meulen

R-C                                            :  mr. J. Smit

Activiteiten onderneming           : het aannemen van werken in de grond-, weg- en waterbouw

Omzetgegevens                        :

Omdat de besloten vennootschap eerst sedert 1 juli 2009 werkzaam is, zijn er geen

jaarstukken bekend waaruit de omzet van het bedrijf kenbaar is. Dijkstra-Koudum BV

(gefailleerde) is gezamenlijk met ‘Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV’ (eveneens gefailleerd per

6 oktober 2009) de ‘werkmaatschappij’ waarin de activiteiten van (voorheen) v.o.f. Dijkstra

Koudum vanaf 1 juli 2009 zijn voortgezet. De v.o.f. Dijkstra-Koudum genereerde blijkens de

jaarrekening 2008 in het jaar 2007 een netto omzet ad € 3.242.007,– en in het jaar 2008

werd een omzet gegenereerd ad € 4.759.972,–. Het netto resultaat uit deze omzet beliep in het jaar 2007 € 28.280,–, en in het jaar 2008 € 66.054,–.

Personeel gemiddeld aantal      : ten tijde van faillissement: 5 personeelsleden exclusief de beide directieleden J. Dijkstra en S. Dijkstra.

Verslagperiode                           : 6 januari 2011 tot en met 5 april 2011

Bestede uren in verslagperiode :  8 uur en 23 minuten

Bestede uren totaal                    :  310 uren en 59 minuten

De tijdsbesteding wordt bijgehouden in een geautomatiseerd tijdschrijfsysteem. Een uitdraai van de tijdsbesteding gedurende de verslagperiode, gespecificeerd naar medewerker en activiteit, wordt aangehecht (productie 1). Voorts wordt aangehecht een weergave van de tijdsbesteding, ingedeeld naar tijdschrijfgroepen (productie 2). Uit deze weergave is voorts kenbaar de totaal in het faillissement bestede tijd.

1.      Inventarisatie                               : geheel afgewikkeld, zie vorige verslagen.

2.      Personeel                                     : geheel afgewikkeld, zie vorige verslagen.

3.      Activa

Onroerende zaken

3.1         Beschrijving                             :                                     

              Niet in het faillissement Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV, maar in het vermogen van Dijkstra-Koudum Vastgoed BV (niet failliet) bevond zich het bedrijfsonroerend goed (woning met kantoorruimte, opslagloodsen en erf aan het adres Bovenburen 4 te Koudum).

              Dit bedrijfsonroerend goed is verkocht door Dijkstra-Koudum Vastgoed BV. Hieraan is door de curator medewerking gegeven – zie de tekst van paragraaf 3.1 van verslag nummer 6.

              P.J.J. Dijkstra, een der vennoten in de vennootschap Dijkstra-Koudum v.o.f., had recht van tweede hypotheek op het bedrijfsonroerend goed. De bank (Rabobank Sneek-Zuidwest Friesland) had recht van eerste hypotheek.

              De bank had concernfinanciering verstrekt aan de voglende rechtspersonen:

-           Dijkstra-Koudum BV (faillissementsdatum 6 oktober 2009);

-           Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV (faillissementsdatum 6 oktober 2009);

-           Dijkstra-Koudum Materieel BV (faillissementsdatum 13 oktober 2009);

-           Dijkstra-Koudum Vastgoed BV (niet failliet).

              Per 6 oktober 2009 heeft de Rabobank ingevolge deze concernfinanciering te vorderen een bedrag groot € 535.576,73 (hoofdelijk op elk van genoemde vennootschappen).

              Uit hoofde van de zekerheden welke de bank genomen had op de activa in de vennootschappen Dijkstra-Koudum BV, Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV en Dijkstra-Koudum Materieel BV (alle failliet), kon de bank realiseren € 445.302,81.

              Dit betrof het saldo van de afwikkeling van de verkoop roerende zaken in de genoemde drie faillissementen alsmede het saldo van de ontvangsten prefaillissementsdebiteuren (na toepassing van de separatistenregeling).

              Bedoelde  betaling ad € 445.302,81 is tijdens de verslagperiode voldaan aan de bank na machtiging ex artikel 68 lid 2, gegeven door de rechter-commissaris d.d. 7 januari 2011.

              Na deze betaling resteerde een vordering van de Rabobank ad € 90.264,92.

              Deze vordering is voldaan kunnen worden uit de verkoopopbrengst van het bedrijfsonroerend goed.

              Het surplus van de verkoopopbrengst ad € 124.735,08 is ten goede gekomen aan de boedel in het faillissement v.o.f. Dijkstra-Koudum.

              De curator vermeldt een en ander hier nu als gevolg van deze afwikkeling de aanspraak van de bank jegens Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV is afgewikkeld.

              Overigens is ten laste van Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV geen bijdrage geleverd aan de betaling aan de bank ad € 445.302,81. In Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV is het boedelactief volledig ontstaan uit de opbrengst van prefaillissementsdebiteuren en rente; voor een en ander wordt verwezen naar het aangehecht tussentijds verslag.

              Kosten ad € 4.462,50 zijn ontstaan uit doorbetaling van huurverplichtingen (boedelschuld) aan Dijkstra-Koudum Vastgoed BV over de periode na faillissement.

3.2         Berekening uitkering aan Rabobank na uitwinning zekerheden

3.2.1      Aangehecht wordt het verzoek machtiging ex artikel 58 lid 2 jo 68 lid 2 Fw, aangeboden door de curator bij de rechter-commissaris d.d. 3 januari 2011 (productie 3). Aan dit verzoek zijn aangehecht een tweetal bijlagen.

3.2.2      In dit verzoek machtiging is een overzicht gegeven van de ontvangsten en uitgaven in elk van de faillissementen Dijkstra-Koudum BV, Loonbedrijf Dijkstra-Koudum BV en Dijkstra-Koudum Materieel BV. Deze overzichten zijn weergegeven op bijlage 1 bij bedoelde brief en gespecificeerd en toegelicht op de bladen 3 en 4 van de bedoelde brief.

3.2.3      Het voorstel tot afwikkeling omvat de uitkering aan de Rabobank terzake van (ten eerste) de verkoopopbrengst roerende zaken en (ten tweede) de opbrengsten op prefaillissementsdebiteuren (debiteuren, ontstaan voor faillissement) en de boedeldebiteuren (debiteuren, ontstaan na faillissement).

3.2.4      Het voorstel afwikkeling verkoop roerende zaken heeft vooral betrekking op het faillissement Loonbedrijf Dijkstra-Koudum Materieel BV. In dat faillissement zijn de roerende activa (materieel) verkocht (na een internetveiling). De verkoopopbrengst beloopt, na commissie, € 411.047,90 (zie bijlage 1 bij de brief).

3.2.5      De opbrengsten prefaillissementdebiteuren en boedeldebiteuren zijn per faillissement verantwoord in drie kolommen op bijlage 1. Voorts zijn daarin de uitgaven (boedelkosten) per faillissement verantwoord.

3.2.6      Er is rekening gehouden met een vergoeding conform de separatistenregeling ad 10% op de ontvangsten van prefaillissementsdebiteuren. Deels hebben deze debiteuren betaald op de Raborekening, deels hebben deze debiteuren betaald op de faillissementsrekening. Deze betalingen zijn verantwoord op bijlage 2 bij de brief.

3.2.7      In het voorstel is er vanuit gegaan dat de in het faillissement Dijkstra-Koudum BV ontvangen boedeldebiteuren ad € 107.659,16 voor de boedel behouden blijven. Zie blad 3 van de brief, toelichting op bijlage 1, vermelding ‘boedeldebiteuren’ faillissement Dijkstra-Koudum BV ad € 107.659,16.

3.2.8      Dit bedrag is door de curator ontvangen op een project baggerwerken Achlum (opdrachtgever gemeente Franekeradeel/gemeente Harlingen).

3.2.9      De bank maakte aanspraak op grond van haar pandrecht op deze betaling. De materiële grondslag voor standpunt was, dat de werkzaamheden waarvoor deze betaling strekte, grotendeels verricht waren voor faillissement. De juridische grondslag was, dat de aanspraak voortvloeide uit contracten afgesloten voor faillissement. De curator betwist dat standpunt. De vordering is ontstaan op het tijdstip van factureren, dat was na faillissement. Er kon ook nog niet eerder gefactureerd worden, omdat er tijdens faillissement nog werkzaamheden zijn verricht en tijdens faillissement de opleveringsprocedure plaatsvond.

3.2.10    De bank en de curator zijn gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat voortzetting van deze discussie niet zinvol is. Gebleken is namelijk, dat de restantaanspraak van de bank (te weten: vordering per faillissementsdatum ad € 535.576,73 minus de voorgestelde betaling ad € 445.302,81) is gelijk € 90.264,92 geheel voldaan zal kunnen worden uit de verkoopopbrengst van het onroerend goed. Daarop had de bank recht van eerste hypotheek. Deze verkoop vond plaats in Dijkstra-Koudum Vastgoed BV (niet failliet). De opbrengst is toegevloeid naar de bank (eerste hypotheekhouder; € 90.264,92); de surplusopbrengst is toegevloeid naar de tweede hypotheekhouder (P.J.J. Dijkstra, vennoot in de vennootschap onder firma v.o.f. Dijkstra-Koudum). De surplusopbrengst is dus in laatstbedoeld faillissement (v.o.f. Dijkstra-Koudum) gevloeid. Daarvan wordt in dat faillissement verantwoording gedaan.

3.2.11    Slotsom was, dat de bate ad € 107.659,16 voor Dijkstra-Koudum BV behouden bleef. Verwezen wordt naar het tussentijds financieel verslag in Dijkstra-Koudum BV (onder de kop ‘boedeldebiteuren’).

3.3         Betaling € 445.302,81

3.3.1      Een bedrag groot € 400.000,– is betaald uit de boedel Dijkstra-Koudum Materieel BV.

3.3.2      Een bedrag groot € 45.302,81 (het surplus) is betaald vanuit het faillissement Dijkstra-Koudum BV. Zie het bijgevoegd tussentijds financieel verslag onder de kop ‘3 – pandrecht bank’.

3.4    Verkoopopbrengst                        :  niet van toepassing (in dit faillissement), zie wel paragraaf 4.1 hierna (opbrengst debiteuren).

3.5    Hoogte Hypotheek                        :  niet van toepassing.

3.6    Boedelbijdrage                              :  niet van toepassing.

Werkzaamheden                                   :       

 

Bedrijfsmiddelen

3.7    Beschrijving                                  : 

De materiele bedrijfsactiva zijn ondergebracht in Dijkstra-Koudum Materieel BV. Deze zijn verkocht via een internetveiling. De verkoopopbrengst is afgewikkeld met de bank. Zie het aangehecht machtigingsverzoek aan de rechter-commissaris. Inmiddels heeft de afwikkeling plaatsgevonden conform dit (toegewezen) verzoek. 

3.8    Verkoopopbrengst                        :  niet van toepassing

3.9    Boedelbijdrage                              :  niet van toepassing

3.10  Bodemvoorrecht fiscus                :  in dit faillissement niet van toepassing; wel van toepassing in het faillissement Dijkstra-Koudum Materieel BV.

Voorraden/onderhanden werk

3.11  Beschrijving                                  : 

         Zie paragraaf 3.9 verslag nummer 6. De positie onderhanden werk is thans geheel afgewikkeld.

3.12  Verkoopopbrengst                        : 

         Er is geen sprake van verkoop van het onderhanden werk.

3.13  Boedelbijdrage                              :  niet van toepassing.

Werkzaamheden                                   :       

Andere Activa

3.13  Beschrijving                                  :  niet van toepassing.

3.14  Verkoopopbrengst                        :  niet van toepassing.

Werkzaamheden                                   :       

4.      Debiteuren

4.1    Omvang debiteuren                     :                                     

         Verwezen wordt naar paragraaf 4.1 van het vorig verslag (verslag 6).

         De stand van zaken is als volgt:

*        Kanter BV te Veghel:

         Het verstekvonnis van de rechtbank Den Bosch d.d. 29 december 2010 is in persoon betekend d.d. 11 januari 2011. De verzettermijn van vier weken is ongebruikt verstreken. Het vonnis is onherroepelijk geworden.

         Op 4 april 2011 is aan de deurwaarder opdracht gegeven tot tenuitvoerlegging over te gaan. De curator heeft op 6 april jl. de opdrachtbevestiging van de deurwaarder ontvangen.

         De vordering beloopt per datum betekening een bedrag groot € 33.486,03. Het gaat hier om vrij boedelactief (dat wil zeggen: de bank kan geen aanspraak maken op dit bedrag nu de bank immers volledig betaald is). Het bedrag komt volledig toe aan de boedel.

*        Noppert Handels- en Transportonderneming:

         Ter herinnering: voorafgaand aan faillissement heeft Dijkstra-Koudum BV een rechtsvordering aanhangig gemaakt tegen Noppert tot betaling van een bedrag groot € 8.151,69 in hoofdsom.

         Noppert is in rechte verschenen en heeft verweer gevoerd. De vordering van Dijkstra-Koudum BV wordt door Noppert erkend. Echter beroept Noppert zich op een tegenvordering ad € 5.713,–.

         Die tegenvordering is buitengewoon zwak gemotiveerd.

         Noppert heeft een aanbod gedaan tot schikking inhoudend betaling ad € 2.500,–. De curator heeft Noppert meegedeeld dit aanbod niet te aanvaarden. Noppert heeft toegezegd een nieuw bod te doen. Tot heden heeft de curator dat nieuwe bod niet ontvangen.

         De curator heeft machtiging verkregen de procedure tegen Noppert voort te zetten (artikel 27 Fw). Daartoe zal worden overgegaan.

*        Huitema:

         Hier gaat het om werk in onderaanneming waarvoor Dijkstra-Koudum BV aan Bouwbedrijf Huitema diverse bedragen heeft gefactureerd.

         Huitema stelt dat Dijkstra-Koudum BV gebrekkig zou hebben gepresteerd.

         Voorts stelt Bouwbedrijf Huitema dat, in aanwezigheid van diverse andere betrokkenen, zou zijn afgesproken dat Dijkstra-Koudum BV van alle door haar verzonden facturen een bedrag groot € 26.787,75 zou crediteren.

         Dijkstra-Koudum BV betwist deze afspraak. Aan (de rechtsbijstandverlener van) Bouwbedrijf Huitema is gevraagd haar stelling omtrent de afspraak tot kwijtschelding te onderbouwen met bewijsmateriaal.

         Afhankelijk van de kwaliteit van dit bewijsmateriaal zal een beslissing volgen over al dan niet procederen.

*        Tébézo BV:

         Er wordt thans een dagvaarding uitgebracht.

*        Bouwbedrijf De Vries:

         Blijkens het handelsregister is het correspondentie-adres van De Vries & Zoon BV: Postbus 18 te Koudum. Aan dat adres is herhaaldelijk een sommatie gericht. Deze sommaties zijn nooit geretourneerd, noch is erop gereageerd. Er zal thans een dagvaarding worden uitgebracht aan het adres De Dollen 12 te Oudemirdum.

*        Wetterskip Fryslân:

         De curator persisteert bij zijn aanspraak jegens Ippel Dredging tot betaling ad  8.740,–.

Tot zover de debiteuren.                                                                   

4.2    Opbrengst                                     :  zie hiervoor

4.3    Boedelbijdrage                              :  n.v.t.

5.      Bank/Zekerheden

5.1    Vordering van bank(en)                :  afgewikkeld (vordering: nihil).

5.2    Leasecontracten                           :  alle afgewikkeld.

5.3    Beschrijving zekerheden              :  niet meer relevant.

5.4    Separatistenpositie                        :  zie hiervoor.

5.5    Boedelbijdragen                            :  conform separatistenregeling.

5.6    Eigendomsvoorbehoud                 :  alle afgewikkeld.

5.7    Reclamerechten                           :  niet van toepassing

5.8    Retentierechten                            :  niet van toepassing

Werkzaamheden                                   :       

 

6.      Doorstart/voortzetten

Voortzetten

6.1    Exploitatie/zekerheden                 :  zie paragraaf 6.1 van het vorig verslag.

6.2    Financiële vastlegging                  :  zie paragraaf 6.1 van het vorig verslag.

Werkzaamheden                                   :       

Doorstart

6.3    Beschrijving                                  :  Het is niet tot een doorstart gekomen.

6.4    Verantwoording                             :  niet van toepassing

6.5    Opbrengst                                     :  niet van toepassing

6.6    Boedelbijdrage                              :  niet van toepassing

Werkzaamheden                                   :       

8.      Crediteuren

8.1    Boedelvorderingen                        : 

         Het UWV heeft haar boedelvordering over de opzeggingstermijn (uitbetaling loongarantieregeling) nog niet opgegeven.

         Huurschuld opzeggingstermijn     : € 8.925,– (verschuldigd aan Dijkstra Materieel BV).

8.2    Pref. vord. van de fiscus              :  € 256.712,–

8.3    Pref. vord. van het UWV              :  nog niet opgegeven

8.4    Andere pref. crediteuren               :  De heer Bosje: € 390,–

                                                                  De heer Smeding: € 530,–

                                                                  (vorderingen uit arbeidsovereenkomst)

                                                                  (ongewijzigd ten opzichte van vorig verslag)

8.5    Aantal concurrente crediteuren    :  tot heden: 79 crediteuren

8.6    Bedrag concurrente crediteuren   :  € 260.119,26 (ongewijzigd)

8.7    Verwachte wijze van afwikkeling :  nog niet bekend

Werkzaamheden                                   :       

9.      Overig

9.1    Termijn afwikkeling faill.               :  nog niet bekend

9.2    Plan van aanpak                           :  na ontvangst boedelvordering UWV volgt hierover een beslissing.

9.3    Indiening volgend verslag             :  6 juli 2011.

Werkzaamheden                                   :       

                                                                  mr. J.H. van der Meulen,

                                                                  curator.

Bijlagen:

  1. tijdschrijfformulier naar specificatie werkzaamheden
  2. tijdschrijfformulier naar tijdschrijfgroepen
  3. machtiging ex artikel 58 lid 2 jo 68 lid 2 Fw
  4. lijst voorlopig erkende boedelvorderingen
  5. lijst voorlopig erkende preferente vorderingen
  6. lijst voorlopig erkende concurrente vorderingen
  7. tussentijds financieel
  8. boedelmutatieformulier
Print deze pagina