In september 1997 overkwam een werknemer tijdens werktijd in zijn eigen auto door eigen schuld een verkeersongeval, waardoor hij ernstig blijvend letsel opliep. Natuurlijk had hij zijn auto WAM-verzekerd (groene kaart), maar die polis geeft dekking tegen schadeclaims van iedereen die door die auto schade oploopt, maar geen dekking tegen schadeclaims van de bestuurder zelf. Had hij maar een SVI-polis (Schade Verzekering Inzittenden).

De SVI-polis is net als de WAM-polis gekoppeld aan de auto en niet aan de eigenaar of bestuurder. Veel mensen denken die polis ook te hebben, terwijl dat op een vergissing berust. Ze blijken dan de Ongevallen Verzekering Inzittenden te hebben, een polis die enkel een (doorgaans waardeloos lage) som geld uitkeert aan iedere inzittende – ook de bestuurder – die blijvend ‘functioneel invalide’ is geraakt. De totale verzekerde som is doorgaans 50.000 euro en soms 100.000 euro, welk bedrag alleen wordt uitgekeerd bij 100% blijvende functionele invaliditeit (ongeacht het beroep). Maar bij 100% blijvende invaliditeit is de betrokkene dood of nagenoeg dood. Wat heeft een concertpianist aan deze polis als hij als inzittende door een ongeval een vinger kwijtraakt? Bar weinig. Het gemis van een vinger (de duim levert meer op) resulteert in 1% à 5% functionele invaliditeit. In dit voorbeeld dus een uitkering die ligt tussen 500 en 1.000 euro. Maar de carrière als concertpianist ligt aan duigen met alle blijvende inkomensschade van dien.

Terug naar onze werknemer. De werknemer had dus nog maar één mogelijkheid om zijn schade vergoed te krijgen, namelijk door de werkgever aansprakelijk te stellen voor tekortschieten in de zorgplicht als werkgever wegens het niet hebben afgesloten van een SVI-polis. Die vlieger ging blijkens het oordeel van de rechter – in dit geval – niet op. Immers, in 1996 bestonden er al wel SVI-polissen, maar die werden slechts door een klein aantal verzekeraars aangeboden. Ook assurantietussenpersonen wisten nauwelijks van het bestaan van de SVI-polis en wat deze echt inhield. En als u zo’n polis toentertijd wilde afsluiten, kon dat alleen maar als u ook de WAM-polis bij dezelfde verzekeraar afsloot.

Tot slot wees de rechter op het feit dat in 1996 nog niet de mogelijkheid bestond om als werkgever een collectieve SVI-polis af te sluiten voor alle werknemers die tijdens werktijd in welke auto dan ook als bestuurder of passagier letsel opliepen.

Een volkomen terecht vonnis? Zeker, maar deze argumenten tellen vandaag de dag niet meer. Iedere werkgever kan tegenwoordig zo’n collectieve polis afsluiten in een SVP-polis of een SVB (Schade Verzekering Bestuurders). Zo niet, dan zal hij in een geval als hier besproken aansprakelijk worden geoordeeld.

De moraal van het verhaal is verder dat men na het afsluiten van de SVI-polis de veelal waardeloze OVI-polis (Ongevallen Verzekering Inzittenden) kan opzeggen. Eigenlijk zou iedereen, particulieren en dus ook werknemers, sowieso zelf een SVI-polis op alle gezinsauto’s moeten afsluiten. En meer dan dat. Ook een VSV ofwel een verkeersschade verzekering, die dekking geeft voor schade als niet gemotoriseerde verkeersdeelnemer, dus als voetganger of fietser of als kind op de step. Voor circa 50 euro bent u als particulier voor het gehele gezin SVI en VSV verzekerd. En nog een voordeel: deze polissen gelden ook in het buitenland met toepassing van Nederlands recht, wat, ondanks alle geklaag op de rechtspraak, veelal meer oplevert dan in het buitenland.

Neem voor meer informatie contact op met:

mr. Boonstra,
mr. Mank-Zwerver of
mr. Bijlholt