Eerste vonnis over Corona: werkneemster heeft geen recht op thuiswerken. Overheidsadvies ‘te algemeen’

Eerste vonnis over Corona: werkneemster heeft geen recht op thuiswerken. Overheidsadvies ‘te algemeen’

Een eerste uitspraak werd gewezen door de kort geding rechter van de rechtbank Gelderland op 16 juni 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:2954) over de vraag of een thuiswerkplek kan worden afgedwongen.

Wat was de situatie

Werkneemster werkt in een kleine onderneming met minder dan 10 personeelsleden.

In een mail van 15 maart 2020 schreef de werkgever aan de werknemers:

(citaat)
“Om mogelijkheid op besmetting met het Coronavirus zo klein mogelijk te maken, wordt tot nader order thuisgewerkt met uitzondering van onderstaande personen (…).”
(einde citaat)

In een WhatsApp bericht van 11 april 2020 schreef werkgever:

(citaat)
“Graag aanstaande dinsdag de werkzaamheden op kantoor hervatten.”
(einde citaat)

Op 14 april 2020 is werkneemster in de ochtend naar het werk gekomen. Bij e-mail van 14 april 2020 om 12:07 uur en 15:42 uur heeft werkneemster toestemming gevraagd om alsnog thuis te mogen werken. Zij gaf aan dat er op een gegeven moment vier mensen bij haar in haar kantoorvertrek zouden hebben gestaan. Werkgeefster heeft die toestemming verleend, onder het voorbehoud dat werkneemster wel naar het kantoor moet komen als dat noodzakelijk is. Werkgeefster schreef:

(citaat)
“Is zoverre ok, maar indien nodig graag op de zaak komen als dit noodzakelijk is, belangrijk zoals gezegd korte lijnen.”
(einde citaat)

Bij e-mail van  6 mei 2020 schreef werkgeefster aan het personeel het volgende:

(citaat)
“Vanaf aanstaande maandag werken wij weer allemaal op de zaak. Wij hebben onderstaande maatregelen genomen om jullie veilig te kunnen laten werken:

  •  iedereen wast zijn handen bij binnenkomst;
  • iedereen ontsmet de deurklink van zijn/haar kantoor zelf dagelijks. Indien nodig vaker;
  • iedereen maakt dagelijks zijn eigen werkplek en kantoor schoon (ook na de crisis) voordat hij/zij naar huis gaat. Ook een keer per week afstoffen en stofzuigen;
  • er zijn voldoende schoonmaak- en ontsmettingsmiddelen aanwezig;
  • iedereen heeft zijn eigen werkplek met voldoende afstand tot elkaar;
  • de tafels en stoelen zijn anders opgesteld. Pauzeren kan door maximaal vier personen tegelijk in de kantine en op de werkplek. Indien nodig, lunchen we in twee teams;
  • besprekingen kunnen worden gehouden in de kantine;
  • er mag maar één persoon tegelijk in de keuken;
  • wij houden minimaal 1,5 meter afstand tot elkaar.

 Wij willen bij bovenstaande aanmerken dat iedereen om 8:00 uur op de zaak start.”
(einde citaat)

Werkneemster kon zich niet met het vorenstaande verenigen. Zij schreef aan haar werkgeefster op 7 mei 2020 het volgende:

(citaat)
“Zoals waarschijnlijk iedereen in Nederland, heb ik ook gisteren de persconferentie van premier Rutte gehoord.

 Eén van de conclusies die werd gepresenteerd door de Rijks Overheid is om ten minste tot september 2020 thuis te werken. Het wordt zelfs als basisregel genoemd, naast vaak handen wassen, 1,5 meter afstand.

 Ik kan jullie mail niet met het overheidsadvies rijmen. Nou was de mail ook verstuurd voor de persconferentie, dus daarom dan de vraag: kan ik een aanpassing op onderstaande mail verwachten?

 Mocht het antwoord nee zijn, dan hierbij de vraag mij schriftelijk te motiveren welke zwaarwegende bedrijfsbelangen er, volgens jullie zijn, die het negeren van het overheidsadvies om thuis te werken rechtvaardigen en de gezondheid van de werknemers in gevaar te brengen.”
(einde citaat)

Nadat geen overeenstemming tussen werkgeefster en werkneemster werd bereikt, heeft werkneemster een kort geding aangespannen. Zij vorderde primair nakoming van de schriftelijke toezegging van 14 april 2020 om thuis te mogen werken op straffe van verbeurte van een dwangsom. Subsidiair vorderde zij wijziging van arbeidsplaats, in die zin dat het haar werd toegestaan tot 1 september 2020 thuis te werken op verbeurte van een dwangsom.

Uitspraak

De rechter wijst de vordering van werkneemster af. De rechter overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat werkgeefster de verplichtingen die voortvloeien uit goed werkgeverschap, haar instructiebevoegdheid en/of zorgplicht zou hebben geschonden. De rechter motiveert zijn standpunt als volgt.

Werkgeefster heeft gemotiveerd en onderbouwd naar voren gebracht dat zij in verband met de Corona-crisis meerdere maatregelen heeft genomen om een veilige werkplek te waarborgen. De rechter verwijst naar de e-mail van 6 mei 2020. Ter zitting heeft werkgeefster nog aanvullend verklaard dat het aantal stoelen in de kantine werden teruggebracht en dat er op meerdere plekken ontsmettingsmiddelen staan.

De rechter is van oordeel dat daarmee voorshands aannemelijk is geworden dat werkgeefster passende Corona-maatregelen heeft genomen.

De rechter overweegt tevens dat werkgeefster heeft uitgelegd dat het, zeker in deze economische spannende tijden, voor werkgeefster van belang is dat de werknemers aanwezig zijn op de werkplek. Korte lijnen zijn van belang; het beperken van werkdruk is van belang. Bovendien – zo stelde werkgeefster – zijn de werkzaamheden vooraf lang niet altijd in te plannen.

De rechter overwoog letterlijk het volgende:

(citaat)
“Het zeer algemeen geformuleerde overheidsadvies over zoveel mogelijk thuiswerken, grijpt niet zo ver in op deze specifieke rechtsverhouding dat werkneemster daaruit een recht op thuiswerken kan putten. Haar standpunt dat dit overheidsadvies de instructiebevoegdheid van werkgeefster inperkt en/of op grond van redelijkheid en billijkheid zonder meer door een goed werkgever moet worden gevolgd, houdt geen stand.”
(einde citaat)

In de praktijk

Een interessante uitspraak voor de praktijk. Wellicht wordt u ook geconfronteerd met werknemers die thuis willen blijven werken, terwijl het voor uw onderneming van belang wordt geacht dat het personeelslid weer op het werk verschijnt.

Heeft u vragen over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met mr. J.A.M. (Jan) Bijlholt of mevrouw mr. F.M. (Femke) Postma.

Re-organiseren

Langzamerhand worden de gevolgen van de crisis duidelijker. U komt wellicht voor de vraag te staan of u  al dan niet dient te re-organiseren. Alle juridische vraagstukken die daarmee samenhangen – zowel arbeidsrechtelijk als van andere aard – kunt u onder brengen bij Alderse Baas Advocaten.

Voor u als ondernemer in het midden en kleinbedrijf kan het van belang  zijn om te weten dat  u een beroep kunt doen op tweede NOW-regeling (loonkostensubsidie) zonder dat een reorganisatie daardoor in beginsel wordt belemmerd.

Ook hierover kunt u contact opnemen met mr. J.A.M. (Jan) Bijlholt of mevrouw mr. F.M. (Femke) Postma.

ADVOCATENKANTOOR ALDERSE BAAS

Wij zijn er om jou te helpen!

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten