Nieuwe stikstofuitspraak legt intern salderen aan banden

Nieuwe stikstofuitspraak legt intern salderen aan banden

Donderdag 11 maart 2021 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een uitspraak gedaan die het uitbreiden door intern te salderen voor melkveehouders aan banden legt. Volgens de rechter staat niet onomstotelijk vast dat er een emissiereductie plaatsvindt als er wordt gekozen voor een ander stalsysteem. De rechter vernietigt daarom de door provincie Fryslân verleende natuurvergunning voor deze wijziging.

Referentiesituatie

Een agrarisch bedrijf mag niet meer stikstof uitstoten dan het bedrijf heeft volgens haar referentie. Dit kan een natuurvergunning (onder de PAS) zijn, maar ook een milieuvergunning of milieumelding van de gemeente (als deze er beide niet zijn is de referentie ‘nul’). Bij de toegestane omvang van de emissie van een bedrijf in de referentiesituatie mag worden uitgegaan van het totaal aantal dieren dat mocht worden gehouden en de stalsystemen die vergund zijn in de referentiesituatie.

In de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 11 maart jl. mocht voor de emissie in de referentiesituatie worden uitgegaan van de Hinderwetvergunning van 20 januari 1993 van het college van burgemeester en wethouders van de toenmalige gemeente Dongeradeel. In een oude Hinderwetvergunning zijn vaak 100 melkkoeien en 70 stuks jongvee vergund op een stalsysteem die een emissie van 13,0 mol/ha/j uitstoot voor melkkoeien (RAV-code is A1.100). Voor jongvee geldt een uitstoot van 4,4 mol/ha/j (RAV-code is A3.100). Dit betekent dat de emissie in de referentiesituatie 1.608 mol/ha/j is (100 maal 13,0 = 1.300 mol/ha/j  plus 70 maal 4,4 = 308 mol/ha/j).

Intern salderen

Bij intern salderen is sprake als een bedrijf (intern) zodanig wordt aangepast dat bij het houden van meer dieren er niet méér depositie vrijkomt dan in de referentiesituatie. Dit kan bijvoorbeeld door emissiearme technieken te installeren. Om te bepalen dat er geen sprake is van toename in de depositie, wordt het rekenprogramma AERIUS Calculator gebruikt. In dit rekenprogramma vormt de lijst uit de Regeling Ammoniak en Veehouderij (RAV) de basis voor het toepassen van het stalsysteem. De RAV is opgemaakt door het ministerie.

In de uitspraak van 11 maart jl. heeft de Friese melkveehouder gekozen om te investeren in roostervloer met kleppen (RAV-code is A1.28). Uit de RAV volgt dat dit stalsysteem niet 13 mol/ha/j per dierplaats veroorzaakt, maar slechts 6 mol/ha/j. Dit zou betekenen dat de veehouder door intern salderen kan uitbreiden – bij gelijk aantal jongvee – van 100 melkkoeien naar 216 melkkoeien, zonder dat dit extra emissie met zich meebrengt.

Vergunningsplicht?

Uit de uitspraak van de Raad van State op 20 januari 2021 inzake de Logtsebaan blijkt dat sinds 1 januari 2020 voor intern salderen geen natuurvergunning meer nodig is. Demissionair minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Carola Schouten zegt in haar kamerbrief op 22 februari hierover:

“Als gevolg van de uitspraak kan en mag voor aanvragen met intern salderen geen vergunning meer verleend worden. Dat betekent dat bedrijven voortaan vergunningvrij de bedrijfsvoering kunnen wijzigen, als zij niet meer stikstof gaan uitstoten dan vastgelegd in een eerdere toestemming.”

Dit is zeer gunstig voor de agrarische sector, ze kunnen immers uitbreiden zonder dat daarvoor een natuurvergunning nodig is als zij investeren in innovatie.

Effect van de emissie-reducerende techniek staat niet onomstotelijk vast

De rechtelijke uitspraak over de stikstofuitstoot d.d. 11 maart jl. gooit echter roet in het eten. In deze zaak verleent provincie Fryslân een natuurvergunning voor het uitbreiden van een melkveehouderij – door middel van intern salderen – omdat er uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen toename in stikstofdepositie is ten opzichte van de referentiesituatie (de eerder verleende Hinderwetvergunning).

De Mobilisation for te Environment (MOB) is het niet eens met dit besluit van provincie Fryslân. Uit de RAV volgt dat het gekozen stalsysteem niet 13 mol/ha/j per dierplaats veroorzaakt maar slechts 6 mol/ha/j. Volgens de MOB is deze emissiefactor in de RAV niet met zekerheid vast te stellen. Hierdoor is er geen zekerheid dat de stikstofdepositie toeneemt. Daarom is er volgens de MOB ook geen zekerheid dat de natuurlijke kenmerken van de stikstofgevoelige habitat in de omliggende Natura 2000-gebieden niet verslechteren.

De rechter is het eens met de MOB, de provincie baseert zich op uitstootcijfers van het ministerie (RAV). Of die cijfers kloppen is niet zeker. De provincie Fryslân heeft volgens de rechter onvoldoende wetenschappelijke onderbouwing gegeven voor de stelling dat een wijziging in het stalsysteem van A1.100 (13 mol/ha/j) naar A1.28 (6 mol/ha/j) ook echt tot minder emissie zal leiden.

Geldt dit alleen voor de roostervloer met kleppen (RAV-code A1.28)?

In de onderliggende uitspraak ging het om een roostervloer met kleppen (RAV-code A1.28). De MOB heeft aan de onzekerheid of deze RAV-code klopt een rapport van het CBS ten grondslag gelegd. Uit dit rapport blijkt dat de emissiereductie van de daarin onderzochte stalsystemen wordt overschat. Echter, het specifieke stalsysteem met de RAV-code A1.28 is niet in het onderzoek betrokken. Het onderzoek richtte zich op de RAV-codes A1.09, A.10, A1.15 en A1.16.

Volgens de rechter mag aan de conclusie van het CBS – dat de emissiereductie van emissiearme stalsystemen wordt overschat – niet voorbij worden gegaan bij RAV-code A1.28, omdat het verschil met de onderzochte stalsystemen niet zo groot is. De conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat de onzekerheid over de reductie niet alleen voor de eerdergenoemde RAV-codes geldt, maar ook voor stalsystemen die weinig met deze stalsystemen verschillen.

En nu?

Wat rest is een grote onzekerheid. De situatie nu is dat in de AERIUS-berekening niet standaard kan worden verwezen naar de RAV-lijsten. Met een enkele verwijzing wordt niet aannemelijk gemaakt dat de gestelde emissiereductie van het stalsysteem daadwerkelijk aan de orde is. Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie moet wetenschappelijk vaststaan dat sprake is van een emissiereductie. Aan die eis is niet voldaan. De opdracht is om wetenschappelijk bewijs te leveren van de emissiereductie in de RAV-lijsten.

Provincie Fryslân kan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voordat er rechtszekerheid door de Raad van State wordt gegeven over dit onderwerp, zal zeker één jaar duren.

Heeft u vragen? Neem dan contact op met mevrouw mr. J. (Josien) Kuiper.

ADVOCATENKANTOOR ALDERSE BAAS

Wij zijn er om jou te helpen!

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten