Nieuws en Blogs

31-01-2019

Vrijdag 31 januari 1919 / Donderdag 31 januari 2019; 100 jaar Lindenbaum/Cohen. 100 jaar een icoon

Als je met wiskundige nauwkeurigheid de uitslag van een rechtszaak kon voorspellen, dan zouden er geen rechtszaken meer zijn.

Als je, alleen door de wet te lezen, zou kunnen weten wat de rechter gaat uitspreken in een concrete zaak, dan is die rechter voor de zaak ook eigenlijk niet meer nodig. Dan zou de rechter als het ware door een stempelmachine vervangen kunnen worden. Je gooit ‘de zaak’ (dat wil zeggen: de feiten over het geschil) erin en zie: daar is de uitspraak!

Het punt is: “het recht” is helemaal niet alleen maar: “de wet”. “De wet” kan nooit “alles” beschrijven waar die wet voor bedoeld is. Daarom staat de wet vol normen die uitgelegd moeten worden. Achteraf, door een rechter. En tevoren, door een advocaat.

De uitslag van een zaak laat zich dus niet zo makkelijk voorspellen. Het is mensenwerk. Dat is, voor wie aan zijn advocaat vraagt ‘hoeveel procent kans hij heeft’ wel een beetje moeilijk te aanvaarden.

Hooguit kun je, met de kennis van normen en wetten die er zijn, zeggen wat een slimme aanpak is. Maar daar houdt het wel ongeveer op – de rest is avontuur…

Vroeger – om precies te zijn: tot 100 jaar geleden – zag men dit anders.

Toen vond men dat al het recht ‘in de wet’ teruggevonden kon worden. Stond iets niet in de wet, dan was je er ook niet toe verplicht. Je kon dus, zogezegd, in de wet lezen wat de rechter zou gaan zeggen.

Een paar leuke voorbeelden

Verplaats u naar: de stad Zutphen, de nacht van 4 op 5 januari 1910. 

Buiten is het bitterkoud. Binnen, in een pand aan de pittoreske Zaadmarkt (centrum Zutphen) ligt mevrouw De Vries in bed. Aan de voordeur staat meneer Nijhof. Hij bonkt op de deur en roept luid: “Doe open, doe open!”.

Wat is hier aan de hand?

Door de vorst is de waterleiding in het pand gesprongen. De kostbare voorraad leer, eigendom van Nijhof en opgeslagen in het pakhuis onder het appartement van mevrouw De Vries, wordt natgespoten. Dat kan alleen nog voorkomen worden als mevrouw De Vries de kraan, die in haar appartement zit, dichtdraait.

Dat doet zij echter niet: ondanks ‘scheldwoorden en politie’ (het verhaal vertelt niet of een serenade met een gitaar een beter resultaat gehad zou hebben) steekt zij haar hoofd uit het raam met de woorden: “Daar heb ik nou helemaal geen zin in”. De volgende ochtend is de voorraad leer geruïneerd.

Dit gedrag is Nijhof te gortig. Hij brengt de zaak voor de rechter. Eis: schadevergoeding, door mevrouw de Vries te betalen.

Uitspraak: eis afgewezen. Reden: nergens staat in de wet dat men in een geval als dit uit bed moet komen om de kraan dicht te draaien.

Die uitspraak was voorspelbaar, want inderdaad: nergens staat dat je in een geval als dit uit bed moet komen om de kraan dicht te draaien. En zó dacht men in die tijd: ‘het recht staat immers in de wet’, en dat was dan dat…

Ander geval:

Amsterdam, een paar jaar later. Lindenbaum heeft een drukkerij (Haarlemmerstraat, het bedrijf is er nog – ga maar kijken..). Die drukkerij draait lekker.

Cohen heeft een concurrerende drukkerij. En Cohen kan wel wat extra klandizie gebruiken.

Dat gaat niet zo gemakkelijk. Maar het zou helpen als Cohen wist wie de klanten van Lindenbaum zijn en welke prijzen Lindenbaum hen rekent. Dan kan Cohen hen benaderen met betere prijzen. Om op creatieve wijze aan die informatie te komen, besluit Cohen een werknemer van Lindenbaum wat extra inkomsten te beloven – als die werknemer hem voorziet van de gevraagde gegevens.

Dat heet uitlokking van bedrijfsspionage. Is toch niet verboden?

Lindenbaum ontdekt dit sinister spel en spant een zaak tegen Cohen aan. Eis: verbod en schadevergoeding.

Cohen’s advocaat voorspelt hem een gewonnen zaak. Net als bij de Zutphense waterleiding. Want: nergens staat dat het verboden is de werknemer van een concurrent om te kopen.

En, inderdaad: weliswaar gaat het bij de rechtbank voor Cohen eerst verkeerd – maar het gerechtshof Amsterdam is streng in de leer: Cohen heeft de wet niet overtreden en gaat dus vrijuit. Geen schadevergoeding voor Lindenbaum.

Lindenbaum’s advocaat is van de vasthoudende soort en gaat – misschien tegen beter weten in – naar de Hoge Raad. Vernietigen graag, die uitspraak van het hof. Want dit is stinkend onrecht. Puur tegen de ‘heersende leer’ in, maar wie weet…

En de Hoge Raad?

Die maakt, op een toon alsof het nog nooit anders is geweest, korte metten met de uitspraak van het Hof Amsterdam.

Want: een ‘onrechtmatige daad’ is niet alleen een overtreding van dat wat in de wet staat, maar óók een ‘handelen of nalaten, in strijd met de zorgvuldigheid welke in het maatschappelijk verkeer jegens eens anders persoon of goed betamelijk is’.

Zo klinkt het op vrijdag 19 januari 1919 in de statige zalen van het gebouw van de Hoge Raad aan het Plein in Den Haag.

In gewoon Nederlands: als je je niet netjes gedraagt, kun je tot schadevergoeding veroordeeld worden.

Een iconische uitspraak. Want vanaf nu staat de deur open. Schadeaanspraken kunnen worden ingesteld voor doen of laten wat weliswaar niet in strijd is met de letterlijke tekst van de wet, maar wél afwijkt van de “maatschappelijk betamende zorgvuldigheid”. De ‘vage norm’ doet zijn intrede.

‘Maatschappelijk betamende zorgvuldigheid…’. Wat wordt daar onder verstaan?

Heel veel rechtspraak is hierover sinds “Lindenbaum/Cohen” verschenen. Het ‘gezond verstand’ is de gids. Maar de voorspelbaarheid is er niet op vooruit gegaan.

En meer nog: overal in de wet duiken zulke vage normen op. Schuldeiser en schuldenaar moeten zich gedragen overeenkomstig eisen van goede trouw (tegenwoordig: ‘redelijkheid en billijkheid’). Artikel 6:2 BW.

Die eisen kunnen, zo leert de Hoge Raad in een veel latere uitspraak (Saladin/HBU), zelfs contractsbepalingen opzij zetten.

En: de personen die bij de organisatie van rechtspersonen zijn betrokken, moeten zich gedragen overeenkomstig ‘redelijkheid en billijkheid’ (artikel 2:8 lid 1 BW). Ook hier kunnen geschreven regels opzij gezet worden door die eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 2:8 lid 2 BW).

Enzovoorts.

Bleef op vrijdag 31 januari 1919 de letterlijke tekst van de wet helemaal ongewijzigd, de inhoud ervan veranderde radicaal. Door uitleg van de rechter. Door gezond verstand.

Maar het gezond verstand van de één voorspelt soms toch heel wat anders dan het gezond verstand van de ander.

En zo blijven er maar procedures komen…

Donderdag 31 januari 2019,
Mr. J.H. (Jaap) van der Meulen

+
30-01-2019

Met wie moet ik op grond van de AVG-wetgeving een verwerkersovereenkomst sluiten?

Sinds 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Deze privacywet is internationaal bekend als de General Data Protection Regulation (GDPR). Het gevolg van het van toepassing worden van de AVG is dat in de gehele Europese Unie dezelfde privacywetgeving geldt. De AVG is de opvolger van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP).

Kort en goed verschilt de AVG ten opzichte van de WBP op een aantal punten. Deze wijzigingen bestaan uit:

  • versterking en uitbreiding van de privacy rechten;
  • meer verantwoordelijkheden voor organisaties (verwerkingsverantwoordelijken, verwerkers, subverwerkers);
  • voor alle Europese privacy toezichthouders dezelfde stevige bevoegdheden.

 Een van de nieuw gecreëerde verantwoordelijkheden (2e bullet) voor een verwerkingsverantwoordelijke en een verwerker is het afsluiten van een verwerkersovereenkomst tussen deze partijen. In een verwerkersovereenkomst worden specifiek de privacyaspecten met betrekking tot het werk dat de verwerker verricht geregeld. Een veel gehoorde vraag vanuit het bedrijfsleven is of er met iedere door de ondernemer ingeschakelde partij een verwerkersovereenkomst moet worden gesloten.

Om te bepalen wanneer een verwerkersovereenkomst moet worden afgesloten, moet eerst het begrip “verwerker” worden gedefinieerd.

Een verwerker is een partij die in opdracht van een ander persoonsgegevens verwerkt en daarbij niet zelf het doel en de middelen (cumulatief) van de verwerking bepaalt. Indien zowel het doel als de middelen door de “verwerker” wordt vastgesteld is hij geen verwerker, maar verwerkingsverantwoordelijke. De AVG stelt een verwerkersovereenkomst tussen twee verwerkingsverantwoordelijken niet verplicht.

Naast de bovengenoemde (hoofd)eis moet een verwerker aan een aantal aanvullende eisen voldoen om aangemerkt te kunnen worden als verwerker.

De eerste aanvullende eis is dat een verwerker niet mag zijn onderworpen aan het rechtstreeks gezag van een verwerkingsverantwoordelijke. Geen sprake mag dus zijn van een zekere hiërarchische ondergeschiktheid. Hier is bijvoorbeeld sprake van bij een dienstverband of een detacheringsovereenkomst. In dat geval is geen verwerkersovereenkomst nodig.

Vervolgens moet de dienstverlening zijn gericht op het verwerken van persoonsgegevens en deze verwerking moet de primaire opdracht van de verwerker vormen. Wanneer de verwerking van persoonsgegevens een uitvloeisel vormt van een andere vorm van dienstverlening is geen sprake van verwerkerschap, maar is die partij zelf verwerkingsverantwoordelijke. Het enkele feit dat een opdracht wordt verstrekt door de verwerkingsverantwoordelijke is dus niet zonder meer voldoende om te kunnen spreken van verwerkerschap. Hier is bijvoorbeeld sprake van bij een door de gemeente ingeschakelde zorgaanbieder. In dat geval is geen verwerkersovereenkomst nodig.

Tot slot mag de verwerker geen zeggenschap hebben over de verwerkingen van de persoonsgegevens. De verwerker mag enkel en alleen handelen naar de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke. Met andere woorden de verwerker dient de verwerkte persoonsgegevens enkel en alleen te gebruiken voor het doel waarvoor zij- in de eerste plaats- zijn verzameld. Hier is bijvoorbeeld sprake van wanneer een administratiekantoor met de verstrekte personeelsgegevens personeel gaat benaderen met de vraag of zij ook klant wil worden bij dat administratiekantoor. In dat geval is geen verwerkersovereenkomst nodig.

Samenvattend kan worden gesteld dat een verwerker:

  • niet het doel en de middelen van de verwerking bepaald;
  • niet onder het rechtstreeks gezag van de verwerkingsverantwoordelijke staat;
  • wel verwerking van persoonsgegevens als primaire opdracht heeft;
  • wel onder de uitdrukkelijke instructies van de verwerkingsverantwoordelijke werkt.

Als op grond van de bovenstaande toets wordt geconcludeerd dat een partij verwerker is, moet met deze partij een verwerkersovereenkomst worden afgesloten. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat op grond van de AVG ook tussen een verwerker en een sub-verwerker (verwerker van de verwerker) een verwerkersovereenkomst moet worden afgesloten.

Indien blijkt dat in de relatie verwerker-verwerkingsverantwoordelijke geen verwerkersovereenkomst is afgesloten, kunnen beide partijen een boete krijgen.

Vragen?
Mocht u vragen hebben over de verwerkersovereenkomst of de AVG, dan toets ik uw concrete situatie graag aan de AVG-wetgeving. U kunt daarvoor vrijblijvend contact met mij opnemen.

P.J. (Pieter) Hiemstra

+
23-01-2019

De privacyverklaring, heeft u hem nog niet?

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’) is per 25 mei 2018 van toepassing. Nog niet iedere ondernemer is echter AVG-proof.

Privacyverklaring

De AVG verplicht onder meer ondernemers die persoonsgegevens verwerken, zoals het opslaan en vastleggen van persoonsgegevens, de betreffende personen te informeren over hoe de persoonsgegevens worden verwerkt. Denk hierbij aan persoonsgegevens van klanten, websitebezoekers en werknemers.  Persoonsgegevens zijn onder meer naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres. U dient de persoon te informeren over onder meer welke persoonsgegevens u van hem/haar verzamelt, het doel van de verwerking en de bewaartermijn van die gegevens.

 Het informeren van deze personen kan middels een privacyverklaring op uw website. U kunt op uw website een hyperlink plaatsen naar een privacyverklaring. Zo is de privacyverklaring voor iedereen eenvoudig vindbaar.

Heeft u nog geen privacyverklaring? U kunt contact opnemen met mr. F.M. (Femke) Postma.

+
09-01-2019

Woning gekocht, of toch niet?!

Is een mondelinge koopovereenkomst nu wel of niet geldig?

Eindelijk is het dan gelukt! Na vele bezichtigingen en afgewezen biedingen heeft u na lang zoeken overeenstemming bereikt met de verkoper over de koopprijs van uw droomwoning. Vaak gaat dit onderhandelingsproces via de aankopende en verkopende makelaars die het onderhandelingstraject voor beide partijen uit handen hebben genomen. Enkel de ‘voorlopige’ koopakte moet nog even getekend worden. Wat kan er nog mis gaan, niets toch?


Maar wat als de verkoper of de koper ineens weigert de koopovereenkomst te tekenen? Er was toch mondelinge overeenstemming over de koopprijs? Helaas komt het nog regelmatig voor dat er wordt geweigerd de koopakte te tekenen, bijvoorbeeld omdat de koper toch een andere woning heeft gevonden die net iets mooier is, of dat de verkoper van een andere koper een hogere bieding heeft ontvangen.

Schriftelijkheidsvereiste

Wanneer het gaat om een particuliere (consument) koper van een woning, dan geldt het schriftelijkheidsvereiste (artikel 7:2 BW). De koop van een onroerende zaak (woonhuis) moet schriftelijk worden aangegaan als de koper een particulier is. Een koopovereenkomst die mondeling is gesloten is dus niet bindend en niet afdwingbaar als de particuliere koper de koopakte weigert te tekenen.

Let op: het artikel is alleen van toepassing op woningen en niet op bijvoorbeeld de koop van een bedrijfspand door een particuliere koper. Ook het door de koper beoogde doel van het object is niet relevant, bijvoorbeeld het verbouwen van een bedrijfspand tot een woning. Maatgevend is de feitelijke situatie ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst.

Naast een particuliere koper kan ook de verkoper van de woning zich ook op het schriftelijkheidsvereiste beroepen, mits de verkoper ook een particulier is. In dat geval kan de verkoper dus weigeren om de koopakte te tekenen omdat hij een beter bod heeft ontvangen.

En wat nu als een professionele verkoper zich beroept op het schriftelijkheidsvereiste en weigert om de koopakte met de particuliere koper te tekenen omdat hij een hogere bieding heeft ontvangen?


Met een professionele verkoper wordt bedoeld dat deze partij handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. In dat geval kan de professionele verkoper geen beroep doen om het schriftelijkheidsvereiste en is hij dus wel gebonden aan de mondelinge overeenstemming. Vereist is dan wel dat de particuliere koper de koopakte wel binnen een redelijke termijn heeft ondertekend. De professionele verkoper kan dat van de koper verlangen om niet te lang in onzekerheid te blijven over de vraag of de koper wel of niet zal tekenen.

Kortom zijn er de volgende situaties denkbaar:

Particuliere verkoper, particuliere koper

Zowel de verkoper als de koper kan een beroep doen op het schriftelijkheidsvereiste. De verkoper en de koper kunnen niet worden gedwongen om een schriftelijke koopovereenkomst te ondertekenen.

Professionele verkoper, particuliere koper

De koper mag zich in deze situatie beroepen op het schriftelijkheidsvereiste en kan niet gedwongen worden om de koopovereenkomst te tekenen. Voor de professionele verkoper geldt dat niet. De professionele verkoper kan in deze situatie dus wel gedwongen worden om de koopovereenkomst te ondertekenen.

Particuliere verkoper, professionele koper

De professionele koper kan geen beroep doen op het schriftelijkheidsvereiste en is gebonden aan de mondelinge overeenstemming. Ook de particuliere verkoper kan zich in deze situatie niet aan de overeenkomst onttrekken. De verkoper en de koper zijn aan de mondelinge overeenstemming gebonden.

Professionele verkoper, professionele koper

Het schriftelijkheidsvereiste is in deze situatie niet van toepassing. De verkoper en de koper zijn gebonden aan de mondelinge overeenstemming.

Mocht u vragen hebben over de koop of verkoop van een onroerende zaak, neem dan contact op met mr. E. (Egbert) Douma, advocaat gespecialiseerd in het vastgoedrecht.

+
02-01-2019

Terugvordering van verjaarde grond mogelijk

Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen met grote gevolgen voor de verjaringspraktijk. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het onder bepaalde voorwaarden mogelijk is dat een partij die te kwader trouw door verjaring eigenaar is geworden, daardoor onrechtmatig jegens degene die de eigendom heeft verloren heeft gehandeld.  De voormalig rechthebbende kan in dat geval schadevergoeding (in geld of in natura) vorderen van de verkrijger van de grond.

Verlies eigendom grond door verjaring

Artikel 3:105 lid 1 BW bepaalt dat:

(citaat)

“Hij die een goed bezit op een tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, verkrijgt dat goed, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw.”

(einde citaat)

Op grond van artikel 3:306 BW verjaart de rechtsvordering door verloop van 20 jaar, indien de wet niet anders bepaalt.

De belangrijkste voorwaarde voor een geslaagd beroep van verjaring zijn:

  • er dient sprake te zijn van bezit van de grond en niet van gebruik (houderschap);
  • de verjaringstermijn dient te zijn verstreken.

Het komt veelvuldig voor dat gemeenten en andere grondeigenaren geconfronteerd worden met het verlies van eigendom van grond door ‘landjepik’. Zoals hiervoor aangegeven, zijn de vereisten voor eigendomsverkrijging door middel van verjaring in dat geval het bezit gedurende een aaneengesloten periode van 20 jaar.

Verjaring en verlies van eigendom kunnen worden voorkomen door een lopende verjaringstermijn binnen 20 jaar te stuiten. Is er echter een periode van 20 jaar bezit verstreken, dan is er sprake van bevrijdende verjaring en daarmee is het eigendomsverlies van rechtswege een feit.

Verjaring sluit actie uit onrechtmatige daad niet uit

 De Hoge Raad heeft in het arrest van 24 februari 2017 geoordeeld dat een ‘persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, wetende dat een ander daarvan eigenaar is, tegenover de ander die eigenaar is onrechtmatig handelt’. De Hoge Raad heeft de vereisten voor een succesvol beroep op een onrechtmatige daad ingevuld door te overwegen dat het eigendomsverlies onrechtmatig is, voor schade zorgt bij de voormalig eigenaar en dat er een rechtstreeks verband is tussen het onrechtmatig handelen van de nieuwe eigenaar en de schade. Daarmee is grotendeels aan de vereisten voor een schadevergoedingsvordering voldaan.

De schadevergoeding kan op grond van artikel 6:103 BW gevorderd worden in geld, maar ook in natura. De schadevergoedingsvordering in natura kan er uit bestaan dat de grond terug geleverd dient te worden aan de (voormalig) eigenaar die de eigendom door middel van verjaring heeft verloren.

Verjaringstermijnen

 Ook op de schadevergoedingsvordering zijn verjaringstermijnen van toepassing. Dit is geregeld in artikel 3:310 BW. Deze bestaan uit een korte en een lange verjaringstermijn. De lange verjaringstermijn is een termijn van 20 jaar en vangt aan op het moment van ‘de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt’. Volgens de Hoge Raad is dat het moment van eigendomsverlies na 20 jaar van bezit.

De korte verjaringstermijn van 5 jaar vangt aan op het moment dat de voormalig eigenaar daadwerkelijk bekend is met zijn eigendomsverlies.

Op grond van het bovenstaande is het dus voor de voormalig eigenaar mogelijk dat nadat vastgesteld is dat hij of zij de grond door middel van verjaring is kwijtgeraakt, de voormalig eigenaar kan vorderen dat de grond aan hem of haar wordt terug geleverd.

Het arrest van de Hoge Raad biedt oorspronkelijke eigenaren de mogelijkheid om de grond weer terug te krijgen. Hierbij geldt wel als uitgangspunt dat de schadevergoeding in geld de hoofdregel is, waarvan onder bijzondere redenen kan worden afgeweken.

In een uitspraak van de rechtbank Rotterdam d.d. 19 juli 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:9336) heeft de rechtbank geoordeeld dat de vordering van de gemeente tot terug levering van de grond afgewezen werd, omdat niet voldoende onderbouwd werd waarom in dat geval een vergoeding van schade door terug levering van de grond de voorkeur genoot boven een vergoeding van schade in geld. Daarom heeft de rechtbank de vordering tot terug levering afgewezen, maar de vordering tot vergoeding van schade in geld is wel toegewezen.

Ook in een aantal andere uitspraken bij rechtbanken is weliswaar geoordeeld dat van onrechtmatig handelen sprake was, maar van daadwerkelijk terug levering van de grond is het nog niet gekomen.

De les die hieruit geleerd kan worden is dat er in de betreffende situaties daadwerkelijk en goed onderbouwd dient te worden dat aan de voorwaarden van onrechtmatige daad is voldaan en dat er geen sprake is van enige vorm van eigen schuld. Bovendien dient ook gemotiveerd onderbouwd te worden waarom een vordering tot schadevergoeding in de vorm van terug levering van de grond de voorkeur heeft boven een schadevergoeding in geld.

Mocht u zelf een strook grond in gebruik hebben waarvan een ander de eigendom claimt en u wilt weten wat uw positie is? Neem dan gerust even contact met mij op.

Mathijs Oudman

+
27-12-2018

Wetsontwerp WAB (Wet arbeidsmarkt in balans) naar buiten gebracht

In november 2018 is het wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans naar buiten gebracht. Het wetsvoorstel moet zorgen voor een nieuw evenwicht op de arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel bevat een groot aantal maatregelen die in 2020 in werking moeten treden. De Tweede Kamer gaat zich de komende tijd buigen over het wetsvoorstel. Als de Tweede Kamer akkoord gaat, is voor definitieve invoering ook nog goedkeuring van de Eerste Kamer nodig.

Het kabinet stelt in hoofdlijnen de volgende wijzigingen voor:

  • een cumulatiegrond wordt ingevoerd waarmee het mogelijk wordt om ontslaggronden te combineren. Bij een ontslag op basis van meerdere ontslaggronden, maakt een werknemer wel aanspraak op een hogere vergoeding;
  • een werknemer kan weer drie jaar tijdelijk in dienst zijn in plaats van twee jaar;
  • de proeftijd voor een werknemer, die direct een vast contract aangeboden krijgt, wordt verruimd van twee maanden naar vijf maanden;
  • het recht op transitievergoeding geldt niet meer pas na twee jaar dienstverband. Een ontslagen werknemer heeft direct recht op een transitievergoeding na start van het dienstverband;
  • een werknemer die langer dan tien jaar in dienst is bouwt geen extra hoge transitievergoeding meer op;
  • er komt een regeling voor kleine werkgever om de transitievergoeding te compenseren als ze hun organisatie moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte;
  • oproepkrachten krijgen meer bescherming door uitbreiding van rechten;
  • Payrollwerknemers krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als andere werknemers.

Er staan veel veranderingen voor de deur. Het arbeidsrecht ontwikkelt zich bij voortduring.

Heeft u vragen op het gebied van het arbeidsrecht? Neem dan contact op met Jan Bijlholt, gespecialiseerd advocaat arbeidsrecht en mediator.

+
19-12-2018

Extra geboorteverlof na 1 januari 2019

Per 1 januari 2019 treedt in werking de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG).

Op dit moment krijgen partners na de geboorte van een kind twee dagen verlof. Met ingang van 1 januari 2019 hebben partners recht op een verlof van één week. Dit betaalde geboorteverlof mag de partner opnemen gedurende een periode van vier weken, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling.

Daarnaast zullen partners vanaf 1 juli 2020 in het eerste halfjaar na de geboorte van de baby nog eens vijf weken extra geboorteverlof kunnen opnemen. In die periode hebben partners recht op een uitkering ter hoogte van 70% van het loon.

Wilt u meer weten over WIEG? Neem dan contact op met Jan Bijlholt, gespecialiseerd advocaat arbeidsrecht en mediator.

+
17-12-2018

Alimentatie indexering 2019

Het einde van het jaar is weer in zicht. Dit betekent voor iedereen die alimentatie ontvangt, maar ook voor iedereen die alimentatie betaalt, opletten geblazen. De alimentatiebedragen veranderen namelijk per 1 januari 2019.

Een veel gestelde vraag van zowel alimentatiegerechtigden en alimentatieplichtigen is of de indexering automatisch dient te worden doorgevoerd. Dat is het geval.  Ieder jaar dient u na te gaan hoe hoog het indexeringspercentage is. Het indexeringspercentage dient u zelf op de alimentatiebedragen toe te passen. Het indexeringspercentage is van toepassing zowel voor de kinder- als partneralimentatie.

In oktober heeft de Minister van Veiligheid en Justitie het indexeringspercentage voor het komende jaar bekend gemaakt.

Voor 2019 is het indexeringspercentage vastgesteld op 2,0%. Voor de alimentatieplichtigen onder u betekent dit dat u de door u te betalen alimentatiebedragen met 2,0% dient te verhogen. Aangezien de alimentatie voor de eerste van iedere maand betaald moet worden, dient u bij de betaling van de alimentatie voor januari 2019 al in december 2018 rekening te houden met het indexeringspercentage. Op deze manier voorkomt u dat er achterstanden ontstaan.

De alimentatiegerechtigden onder u dienen eveneens goed op te letten of de indexering ook wordt voldaan door de alimentatieplichtige. Het is goed om de alimentatieplichtige zo nodig even een kattebelletje te sturen, zodat tijdig met de jaarlijkse verhoging rekening wordt gehouden.

Heeft u vragen op het gebied van het echtscheidingsrecht neem dan contact op met Esther Jongsma, vFAS advocaat/scheidingsmediator

Volg ons ook op LinkedIn: https://nl.linkedin.com/company/alderse-baas

+
17-09-2018

Vakantie-ellende

De scholen zijn inmiddels weer begonnen en voor de meeste mensen zit de vakantie er weer op. Nederland beleefde een topzomer met temperaturen die konden concurreren met de Franse of Spaanse kuststreken. Een goede reden dus om in eigen land vakantie te vieren. Toch hebben de luchthavens ook deze zomer weer hordes vakantievluchten naar diverse uiteenlopende exotische bestemmingen verwerkt. Helaas blijft de goedgemutste vakantieganger soms niets bespaard, te beginnen met lange wachtrijen op het vliegveld. Met stip op 1 in de top 10 van vakantie ergernissen staat dan ook het wachten, wachten en nog eens wachten. Vakantie-ellende dus.

Compensatie bij vertraagde vlucht

Gelukkig kunnen passagiers op grond van een EU Verordening (261/2004) aanspraak maken op compensatie als hun vlucht is vertraagd of geannuleerd. Voorwaarde is wel dat uw vlucht vertrekt vanaf een luchthaven in de EU. U kunt ook een beroep doen op de Verordening als u vertrekt vanuit een land buiten de EU en vliegt naar een luchthaven in de EU, mits de vlucht is uitgevoerd door een luchtvaartmaatschappij uit de EU.

Waar heeft u over het algemeen recht op?

Vanaf twee uur vertraging heeft u recht op verzorging (onder nadere eten en drinken). Meestal deelt de luchtvaartmaatschappij vouchers uit waarmee u eten en drinken kunt kopen. Mocht uw vlucht vanwege de vertraging pas de volgende dag vertrekken dan moet de luchtvaartmaatschappij ook een accommodatie (en vervoer daarnaartoe) regelen.

Als uw vlucht meer dan drie uur is vertraagd dan heeft u recht op compensatie. Afhankelijk van uw vluchtbestemming (binnen of buiten de EU) en de afstand van uw vlucht kan de compensatie oplopen van € 250,– tot € 600,–. De compensatie verzacht achteraf toch enigszins de ellende.

Buitengewone omstandigheden

Helaas heeft u niet in alle gevallen recht op compensatie. Mocht er namelijk sprake zijn van een buitengewone omstandigheid die de vertraging heeft veroorzaakt, dan heeft u geen recht op compensatie. Als argument voor de buitengewone omstandigheden wordt veelal verwezen naar de weersomstandigheden. Ook terrorisme, medische noodlandingen, vliegveiligheidsproblemen en besluiten van het luchtverkeersbeheer zijn voorbeelden van buitengewone omstandigheden. Stakingen van het personeel van de luchtvaartmaatschappij vallen daar echter niet onder.

Claim afgewezen? Doe navraag!

Het is echter niet zo dat u zich als passagier zomaar tevreden hoeft te stellen met het beroep van de luchtvaartmaatschappij op buitengewone omstandigheden. De luchtvaartmaatschappij dient namelijk aan te tonen dat er ook daadwerkelijk sprake is geweest van buitengewone omstandigheden, bijvoorbeeld door het overleggen van verklaringen, uittreksels uit de logboeken, incidentenrapporten of door het tonen van andere externe documenten waaruit kan worden opgemaakt dat er inderdaad sprake is geweest van buitengewone omstandigheden.

Daarbij moet de luchtvaartmaatschappij bovendien aantonen dat de genoemde omstandigheden niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van (aan de situatie aangepaste) maatregelen. De luchtvaartmaatschappij moet dus aantonen dat zij, zelfs met de inzet van beschikbare materiële, financiële en personeelsmiddelen, niet heeft kunnen vermijden dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot een (langdurige) aankomstvertraging heeft geleid.

Kortom:

Mocht u in aanmerking komen voor compensatie vanwege een vertraagde of geannuleerde vlucht, maar wijst de luchtvaartmaatschappij uw claim af met een beroep op buitengewone omstandigheden, dan kan het lonen om bewijs te vragen van die buitengewone omstandigheden. Als de luchtvaartmaatschappij dat bewijs niet levert, dan kan er niet met succes een beroep worden gedaan op buitengewone omstandigheden. De hoogte van de compensatie is het zeker waard om bewijzen te vragen, al helemaal als u met het gehele gezin te maken heeft gekregen met vertraging.

Op naar de herfstvakantie, traditiegetrouw weer een garantie voor vertragingen.

Voor verdere vragen of advies over compensatie bij vertraagde of geannuleerde vluchten kunt u altijd even contact met mij opnemen.

Mr. E. (Egbert) Douma

 

+
11-09-2018

Agrarische Schouw 27 september 2018

Net als afgelopen jaar staat Alderse Baas Advocaten weer met een mooie stand op de Agrarische Schouw, welke dit jaar voor de 66e keer wordt gehouden. De Agrarische Schouw vindt iedere 4e donderdag van september plaats. Het is een toonaangevende agrarische vakbeurs, georganiseerd in de open lucht in en rond Park Heremastate te Joure.

U kunt ons vinden op standnummer 421, op het haventerrein van Joure (zie bijgevoegde plattegrond). Wij staan u graag te woord voor een kennismaking of advies  onder het genot van een hapje en een drankje.

Graag tot dan!

plattegrond-Agrarische-Schouw-2018 (Standnummer 421)

 

+
ADVOCATENKANTOOR ALDERSE BAAS

Wij zijn er om jou te helpen!

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten