Nieuws en Blogs

30-01-2019

Met wie moet ik op grond van de AVG-wetgeving een verwerkersovereenkomst sluiten?

Sinds 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Deze privacywet is internationaal bekend als de General Data Protection Regulation (GDPR). Het gevolg van het van toepassing worden van de AVG is dat in de gehele Europese Unie dezelfde privacywetgeving geldt. De AVG is de opvolger van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP).

Kort en goed verschilt de AVG ten opzichte van de WBP op een aantal punten. Deze wijzigingen bestaan uit:

  • versterking en uitbreiding van de privacy rechten;
  • meer verantwoordelijkheden voor organisaties (verwerkingsverantwoordelijken, verwerkers, subverwerkers);
  • voor alle Europese privacy toezichthouders dezelfde stevige bevoegdheden.

 Een van de nieuw gecreëerde verantwoordelijkheden (2e bullet) voor een verwerkingsverantwoordelijke en een verwerker is het afsluiten van een verwerkersovereenkomst tussen deze partijen. In een verwerkersovereenkomst worden specifiek de privacyaspecten met betrekking tot het werk dat de verwerker verricht geregeld. Een veel gehoorde vraag vanuit het bedrijfsleven is of er met iedere door de ondernemer ingeschakelde partij een verwerkersovereenkomst moet worden gesloten.

Om te bepalen wanneer een verwerkersovereenkomst moet worden afgesloten, moet eerst het begrip “verwerker” worden gedefinieerd.

Een verwerker is een partij die in opdracht van een ander persoonsgegevens verwerkt en daarbij niet zelf het doel en de middelen (cumulatief) van de verwerking bepaalt. Indien zowel het doel als de middelen door de “verwerker” wordt vastgesteld is hij geen verwerker, maar verwerkingsverantwoordelijke. De AVG stelt een verwerkersovereenkomst tussen twee verwerkingsverantwoordelijken niet verplicht.

Naast de bovengenoemde (hoofd)eis moet een verwerker aan een aantal aanvullende eisen voldoen om aangemerkt te kunnen worden als verwerker.

De eerste aanvullende eis is dat een verwerker niet mag zijn onderworpen aan het rechtstreeks gezag van een verwerkingsverantwoordelijke. Geen sprake mag dus zijn van een zekere hiërarchische ondergeschiktheid. Hier is bijvoorbeeld sprake van bij een dienstverband of een detacheringsovereenkomst. In dat geval is geen verwerkersovereenkomst nodig.

Vervolgens moet de dienstverlening zijn gericht op het verwerken van persoonsgegevens en deze verwerking moet de primaire opdracht van de verwerker vormen. Wanneer de verwerking van persoonsgegevens een uitvloeisel vormt van een andere vorm van dienstverlening is geen sprake van verwerkerschap, maar is die partij zelf verwerkingsverantwoordelijke. Het enkele feit dat een opdracht wordt verstrekt door de verwerkingsverantwoordelijke is dus niet zonder meer voldoende om te kunnen spreken van verwerkerschap. Hier is bijvoorbeeld sprake van bij een door de gemeente ingeschakelde zorgaanbieder. In dat geval is geen verwerkersovereenkomst nodig.

Tot slot mag de verwerker geen zeggenschap hebben over de verwerkingen van de persoonsgegevens. De verwerker mag enkel en alleen handelen naar de instructies van de verwerkingsverantwoordelijke. Met andere woorden de verwerker dient de verwerkte persoonsgegevens enkel en alleen te gebruiken voor het doel waarvoor zij- in de eerste plaats- zijn verzameld. Hier is bijvoorbeeld sprake van wanneer een administratiekantoor met de verstrekte personeelsgegevens personeel gaat benaderen met de vraag of zij ook klant wil worden bij dat administratiekantoor. In dat geval is geen verwerkersovereenkomst nodig.

Samenvattend kan worden gesteld dat een verwerker:

  • niet het doel en de middelen van de verwerking bepaald;
  • niet onder het rechtstreeks gezag van de verwerkingsverantwoordelijke staat;
  • wel verwerking van persoonsgegevens als primaire opdracht heeft;
  • wel onder de uitdrukkelijke instructies van de verwerkingsverantwoordelijke werkt.

Als op grond van de bovenstaande toets wordt geconcludeerd dat een partij verwerker is, moet met deze partij een verwerkersovereenkomst worden afgesloten. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat op grond van de AVG ook tussen een verwerker en een sub-verwerker (verwerker van de verwerker) een verwerkersovereenkomst moet worden afgesloten.

Indien blijkt dat in de relatie verwerker-verwerkingsverantwoordelijke geen verwerkersovereenkomst is afgesloten, kunnen beide partijen een boete krijgen.

Vragen?
Mocht u vragen hebben over de verwerkersovereenkomst of de AVG, dan toets ik uw concrete situatie graag aan de AVG-wetgeving. U kunt daarvoor vrijblijvend contact met mij opnemen.

P.J. (Pieter) Hiemstra

+
23-01-2019

De privacyverklaring, heeft u hem nog niet?

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (‘AVG’) is per 25 mei 2018 van toepassing. Nog niet iedere ondernemer is echter AVG-proof.

Privacyverklaring

De AVG verplicht onder meer ondernemers die persoonsgegevens verwerken, zoals het opslaan en vastleggen van persoonsgegevens, de betreffende personen te informeren over hoe de persoonsgegevens worden verwerkt. Denk hierbij aan persoonsgegevens van klanten, websitebezoekers en werknemers.  Persoonsgegevens zijn onder meer naam, adres, telefoonnummer en e-mailadres. U dient de persoon te informeren over onder meer welke persoonsgegevens u van hem/haar verzamelt, het doel van de verwerking en de bewaartermijn van die gegevens.

 Het informeren van deze personen kan middels een privacyverklaring op uw website. U kunt op uw website een hyperlink plaatsen naar een privacyverklaring. Zo is de privacyverklaring voor iedereen eenvoudig vindbaar.

Heeft u nog geen privacyverklaring? U kunt contact opnemen met mr. F.M. (Femke) Postma.

+
09-01-2019

Woning gekocht, of toch niet?!

Is een mondelinge koopovereenkomst nu wel of niet geldig?

Eindelijk is het dan gelukt! Na vele bezichtigingen en afgewezen biedingen heeft u na lang zoeken overeenstemming bereikt met de verkoper over de koopprijs van uw droomwoning. Vaak gaat dit onderhandelingsproces via de aankopende en verkopende makelaars die het onderhandelingstraject voor beide partijen uit handen hebben genomen. Enkel de ‘voorlopige’ koopakte moet nog even getekend worden. Wat kan er nog mis gaan, niets toch?


Maar wat als de verkoper of de koper ineens weigert de koopovereenkomst te tekenen? Er was toch mondelinge overeenstemming over de koopprijs? Helaas komt het nog regelmatig voor dat er wordt geweigerd de koopakte te tekenen, bijvoorbeeld omdat de koper toch een andere woning heeft gevonden die net iets mooier is, of dat de verkoper van een andere koper een hogere bieding heeft ontvangen.

Schriftelijkheidsvereiste

Wanneer het gaat om een particuliere (consument) koper van een woning, dan geldt het schriftelijkheidsvereiste (artikel 7:2 BW). De koop van een onroerende zaak (woonhuis) moet schriftelijk worden aangegaan als de koper een particulier is. Een koopovereenkomst die mondeling is gesloten is dus niet bindend en niet afdwingbaar als de particuliere koper de koopakte weigert te tekenen.

Let op: het artikel is alleen van toepassing op woningen en niet op bijvoorbeeld de koop van een bedrijfspand door een particuliere koper. Ook het door de koper beoogde doel van het object is niet relevant, bijvoorbeeld het verbouwen van een bedrijfspand tot een woning. Maatgevend is de feitelijke situatie ten tijde van de totstandkoming van de koopovereenkomst.

Naast een particuliere koper kan ook de verkoper van de woning zich ook op het schriftelijkheidsvereiste beroepen, mits de verkoper ook een particulier is. In dat geval kan de verkoper dus weigeren om de koopakte te tekenen omdat hij een beter bod heeft ontvangen.

En wat nu als een professionele verkoper zich beroept op het schriftelijkheidsvereiste en weigert om de koopakte met de particuliere koper te tekenen omdat hij een hogere bieding heeft ontvangen?


Met een professionele verkoper wordt bedoeld dat deze partij handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. In dat geval kan de professionele verkoper geen beroep doen om het schriftelijkheidsvereiste en is hij dus wel gebonden aan de mondelinge overeenstemming. Vereist is dan wel dat de particuliere koper de koopakte wel binnen een redelijke termijn heeft ondertekend. De professionele verkoper kan dat van de koper verlangen om niet te lang in onzekerheid te blijven over de vraag of de koper wel of niet zal tekenen.

Kortom zijn er de volgende situaties denkbaar:

Particuliere verkoper, particuliere koper

Zowel de verkoper als de koper kan een beroep doen op het schriftelijkheidsvereiste. De verkoper en de koper kunnen niet worden gedwongen om een schriftelijke koopovereenkomst te ondertekenen.

Professionele verkoper, particuliere koper

De koper mag zich in deze situatie beroepen op het schriftelijkheidsvereiste en kan niet gedwongen worden om de koopovereenkomst te tekenen. Voor de professionele verkoper geldt dat niet. De professionele verkoper kan in deze situatie dus wel gedwongen worden om de koopovereenkomst te ondertekenen.

Particuliere verkoper, professionele koper

De professionele koper kan geen beroep doen op het schriftelijkheidsvereiste en is gebonden aan de mondelinge overeenstemming. Ook de particuliere verkoper kan zich in deze situatie niet aan de overeenkomst onttrekken. De verkoper en de koper zijn aan de mondelinge overeenstemming gebonden.

Professionele verkoper, professionele koper

Het schriftelijkheidsvereiste is in deze situatie niet van toepassing. De verkoper en de koper zijn gebonden aan de mondelinge overeenstemming.

Mocht u vragen hebben over de koop of verkoop van een onroerende zaak, neem dan contact op met mr. E. (Egbert) Douma, advocaat gespecialiseerd in het vastgoedrecht.

+
02-01-2019

Terugvordering van verjaarde grond mogelijk

Op 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen met grote gevolgen voor de verjaringspraktijk. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het onder bepaalde voorwaarden mogelijk is dat een partij die te kwader trouw door verjaring eigenaar is geworden, daardoor onrechtmatig jegens degene die de eigendom heeft verloren heeft gehandeld.  De voormalig rechthebbende kan in dat geval schadevergoeding (in geld of in natura) vorderen van de verkrijger van de grond.

Verlies eigendom grond door verjaring

Artikel 3:105 lid 1 BW bepaalt dat:

(citaat)

“Hij die een goed bezit op een tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, verkrijgt dat goed, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw.”

(einde citaat)

Op grond van artikel 3:306 BW verjaart de rechtsvordering door verloop van 20 jaar, indien de wet niet anders bepaalt.

De belangrijkste voorwaarde voor een geslaagd beroep van verjaring zijn:

  • er dient sprake te zijn van bezit van de grond en niet van gebruik (houderschap);
  • de verjaringstermijn dient te zijn verstreken.

Het komt veelvuldig voor dat gemeenten en andere grondeigenaren geconfronteerd worden met het verlies van eigendom van grond door ‘landjepik’. Zoals hiervoor aangegeven, zijn de vereisten voor eigendomsverkrijging door middel van verjaring in dat geval het bezit gedurende een aaneengesloten periode van 20 jaar.

Verjaring en verlies van eigendom kunnen worden voorkomen door een lopende verjaringstermijn binnen 20 jaar te stuiten. Is er echter een periode van 20 jaar bezit verstreken, dan is er sprake van bevrijdende verjaring en daarmee is het eigendomsverlies van rechtswege een feit.

Verjaring sluit actie uit onrechtmatige daad niet uit

 De Hoge Raad heeft in het arrest van 24 februari 2017 geoordeeld dat een ‘persoon die een zaak in bezit neemt en houdt, wetende dat een ander daarvan eigenaar is, tegenover de ander die eigenaar is onrechtmatig handelt’. De Hoge Raad heeft de vereisten voor een succesvol beroep op een onrechtmatige daad ingevuld door te overwegen dat het eigendomsverlies onrechtmatig is, voor schade zorgt bij de voormalig eigenaar en dat er een rechtstreeks verband is tussen het onrechtmatig handelen van de nieuwe eigenaar en de schade. Daarmee is grotendeels aan de vereisten voor een schadevergoedingsvordering voldaan.

De schadevergoeding kan op grond van artikel 6:103 BW gevorderd worden in geld, maar ook in natura. De schadevergoedingsvordering in natura kan er uit bestaan dat de grond terug geleverd dient te worden aan de (voormalig) eigenaar die de eigendom door middel van verjaring heeft verloren.

Verjaringstermijnen

 Ook op de schadevergoedingsvordering zijn verjaringstermijnen van toepassing. Dit is geregeld in artikel 3:310 BW. Deze bestaan uit een korte en een lange verjaringstermijn. De lange verjaringstermijn is een termijn van 20 jaar en vangt aan op het moment van ‘de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt’. Volgens de Hoge Raad is dat het moment van eigendomsverlies na 20 jaar van bezit.

De korte verjaringstermijn van 5 jaar vangt aan op het moment dat de voormalig eigenaar daadwerkelijk bekend is met zijn eigendomsverlies.

Op grond van het bovenstaande is het dus voor de voormalig eigenaar mogelijk dat nadat vastgesteld is dat hij of zij de grond door middel van verjaring is kwijtgeraakt, de voormalig eigenaar kan vorderen dat de grond aan hem of haar wordt terug geleverd.

Het arrest van de Hoge Raad biedt oorspronkelijke eigenaren de mogelijkheid om de grond weer terug te krijgen. Hierbij geldt wel als uitgangspunt dat de schadevergoeding in geld de hoofdregel is, waarvan onder bijzondere redenen kan worden afgeweken.

In een uitspraak van de rechtbank Rotterdam d.d. 19 juli 2017 (ECLI:NL:RBROT:2017:9336) heeft de rechtbank geoordeeld dat de vordering van de gemeente tot terug levering van de grond afgewezen werd, omdat niet voldoende onderbouwd werd waarom in dat geval een vergoeding van schade door terug levering van de grond de voorkeur genoot boven een vergoeding van schade in geld. Daarom heeft de rechtbank de vordering tot terug levering afgewezen, maar de vordering tot vergoeding van schade in geld is wel toegewezen.

Ook in een aantal andere uitspraken bij rechtbanken is weliswaar geoordeeld dat van onrechtmatig handelen sprake was, maar van daadwerkelijk terug levering van de grond is het nog niet gekomen.

De les die hieruit geleerd kan worden is dat er in de betreffende situaties daadwerkelijk en goed onderbouwd dient te worden dat aan de voorwaarden van onrechtmatige daad is voldaan en dat er geen sprake is van enige vorm van eigen schuld. Bovendien dient ook gemotiveerd onderbouwd te worden waarom een vordering tot schadevergoeding in de vorm van terug levering van de grond de voorkeur heeft boven een schadevergoeding in geld.

Mocht u zelf een strook grond in gebruik hebben waarvan een ander de eigendom claimt en u wilt weten wat uw positie is? Neem dan gerust even contact met mij op.

Mathijs Oudman

+
27-12-2018

Wetsontwerp WAB (Wet arbeidsmarkt in balans) naar buiten gebracht

In november 2018 is het wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans naar buiten gebracht. Het wetsvoorstel moet zorgen voor een nieuw evenwicht op de arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel bevat een groot aantal maatregelen die in 2020 in werking moeten treden. De Tweede Kamer gaat zich de komende tijd buigen over het wetsvoorstel. Als de Tweede Kamer akkoord gaat, is voor definitieve invoering ook nog goedkeuring van de Eerste Kamer nodig.

Het kabinet stelt in hoofdlijnen de volgende wijzigingen voor:

  • een cumulatiegrond wordt ingevoerd waarmee het mogelijk wordt om ontslaggronden te combineren. Bij een ontslag op basis van meerdere ontslaggronden, maakt een werknemer wel aanspraak op een hogere vergoeding;
  • een werknemer kan weer drie jaar tijdelijk in dienst zijn in plaats van twee jaar;
  • de proeftijd voor een werknemer, die direct een vast contract aangeboden krijgt, wordt verruimd van twee maanden naar vijf maanden;
  • het recht op transitievergoeding geldt niet meer pas na twee jaar dienstverband. Een ontslagen werknemer heeft direct recht op een transitievergoeding na start van het dienstverband;
  • een werknemer die langer dan tien jaar in dienst is bouwt geen extra hoge transitievergoeding meer op;
  • er komt een regeling voor kleine werkgever om de transitievergoeding te compenseren als ze hun organisatie moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte;
  • oproepkrachten krijgen meer bescherming door uitbreiding van rechten;
  • Payrollwerknemers krijgen recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als andere werknemers.

Er staan veel veranderingen voor de deur. Het arbeidsrecht ontwikkelt zich bij voortduring.

Heeft u vragen op het gebied van het arbeidsrecht? Neem dan contact op met Jan Bijlholt, gespecialiseerd advocaat arbeidsrecht en mediator.

+
19-12-2018

Extra geboorteverlof na 1 januari 2019

Per 1 januari 2019 treedt in werking de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG).

Op dit moment krijgen partners na de geboorte van een kind twee dagen verlof. Met ingang van 1 januari 2019 hebben partners recht op een verlof van één week. Dit betaalde geboorteverlof mag de partner opnemen gedurende een periode van vier weken, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling.

Daarnaast zullen partners vanaf 1 juli 2020 in het eerste halfjaar na de geboorte van de baby nog eens vijf weken extra geboorteverlof kunnen opnemen. In die periode hebben partners recht op een uitkering ter hoogte van 70% van het loon.

Wilt u meer weten over WIEG? Neem dan contact op met Jan Bijlholt, gespecialiseerd advocaat arbeidsrecht en mediator.

+
17-12-2018

Alimentatie indexering 2019

Het einde van het jaar is weer in zicht. Dit betekent voor iedereen die alimentatie ontvangt, maar ook voor iedereen die alimentatie betaalt, opletten geblazen. De alimentatiebedragen veranderen namelijk per 1 januari 2019.

Een veel gestelde vraag van zowel alimentatiegerechtigden en alimentatieplichtigen is of de indexering automatisch dient te worden doorgevoerd. Dat is het geval.  Ieder jaar dient u na te gaan hoe hoog het indexeringspercentage is. Het indexeringspercentage dient u zelf op de alimentatiebedragen toe te passen. Het indexeringspercentage is van toepassing zowel voor de kinder- als partneralimentatie.

In oktober heeft de Minister van Veiligheid en Justitie het indexeringspercentage voor het komende jaar bekend gemaakt.

Voor 2019 is het indexeringspercentage vastgesteld op 2,0%. Voor de alimentatieplichtigen onder u betekent dit dat u de door u te betalen alimentatiebedragen met 2,0% dient te verhogen. Aangezien de alimentatie voor de eerste van iedere maand betaald moet worden, dient u bij de betaling van de alimentatie voor januari 2019 al in december 2018 rekening te houden met het indexeringspercentage. Op deze manier voorkomt u dat er achterstanden ontstaan.

De alimentatiegerechtigden onder u dienen eveneens goed op te letten of de indexering ook wordt voldaan door de alimentatieplichtige. Het is goed om de alimentatieplichtige zo nodig even een kattebelletje te sturen, zodat tijdig met de jaarlijkse verhoging rekening wordt gehouden.

Heeft u vragen op het gebied van het echtscheidingsrecht neem dan contact op met Esther Jongsma, vFAS advocaat/scheidingsmediator

Volg ons ook op LinkedIn: https://nl.linkedin.com/company/alderse-baas

+
17-09-2018

Vakantie-ellende

De scholen zijn inmiddels weer begonnen en voor de meeste mensen zit de vakantie er weer op. Nederland beleefde een topzomer met temperaturen die konden concurreren met de Franse of Spaanse kuststreken. Een goede reden dus om in eigen land vakantie te vieren. Toch hebben de luchthavens ook deze zomer weer hordes vakantievluchten naar diverse uiteenlopende exotische bestemmingen verwerkt. Helaas blijft de goedgemutste vakantieganger soms niets bespaard, te beginnen met lange wachtrijen op het vliegveld. Met stip op 1 in de top 10 van vakantie ergernissen staat dan ook het wachten, wachten en nog eens wachten. Vakantie-ellende dus.

Compensatie bij vertraagde vlucht

Gelukkig kunnen passagiers op grond van een EU Verordening (261/2004) aanspraak maken op compensatie als hun vlucht is vertraagd of geannuleerd. Voorwaarde is wel dat uw vlucht vertrekt vanaf een luchthaven in de EU. U kunt ook een beroep doen op de Verordening als u vertrekt vanuit een land buiten de EU en vliegt naar een luchthaven in de EU, mits de vlucht is uitgevoerd door een luchtvaartmaatschappij uit de EU.

Waar heeft u over het algemeen recht op?

Vanaf twee uur vertraging heeft u recht op verzorging (onder nadere eten en drinken). Meestal deelt de luchtvaartmaatschappij vouchers uit waarmee u eten en drinken kunt kopen. Mocht uw vlucht vanwege de vertraging pas de volgende dag vertrekken dan moet de luchtvaartmaatschappij ook een accommodatie (en vervoer daarnaartoe) regelen.

Als uw vlucht meer dan drie uur is vertraagd dan heeft u recht op compensatie. Afhankelijk van uw vluchtbestemming (binnen of buiten de EU) en de afstand van uw vlucht kan de compensatie oplopen van € 250,– tot € 600,–. De compensatie verzacht achteraf toch enigszins de ellende.

Buitengewone omstandigheden

Helaas heeft u niet in alle gevallen recht op compensatie. Mocht er namelijk sprake zijn van een buitengewone omstandigheid die de vertraging heeft veroorzaakt, dan heeft u geen recht op compensatie. Als argument voor de buitengewone omstandigheden wordt veelal verwezen naar de weersomstandigheden. Ook terrorisme, medische noodlandingen, vliegveiligheidsproblemen en besluiten van het luchtverkeersbeheer zijn voorbeelden van buitengewone omstandigheden. Stakingen van het personeel van de luchtvaartmaatschappij vallen daar echter niet onder.

Claim afgewezen? Doe navraag!

Het is echter niet zo dat u zich als passagier zomaar tevreden hoeft te stellen met het beroep van de luchtvaartmaatschappij op buitengewone omstandigheden. De luchtvaartmaatschappij dient namelijk aan te tonen dat er ook daadwerkelijk sprake is geweest van buitengewone omstandigheden, bijvoorbeeld door het overleggen van verklaringen, uittreksels uit de logboeken, incidentenrapporten of door het tonen van andere externe documenten waaruit kan worden opgemaakt dat er inderdaad sprake is geweest van buitengewone omstandigheden.

Daarbij moet de luchtvaartmaatschappij bovendien aantonen dat de genoemde omstandigheden niet voorkomen hadden kunnen worden door het treffen van (aan de situatie aangepaste) maatregelen. De luchtvaartmaatschappij moet dus aantonen dat zij, zelfs met de inzet van beschikbare materiële, financiële en personeelsmiddelen, niet heeft kunnen vermijden dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot een (langdurige) aankomstvertraging heeft geleid.

Kortom:

Mocht u in aanmerking komen voor compensatie vanwege een vertraagde of geannuleerde vlucht, maar wijst de luchtvaartmaatschappij uw claim af met een beroep op buitengewone omstandigheden, dan kan het lonen om bewijs te vragen van die buitengewone omstandigheden. Als de luchtvaartmaatschappij dat bewijs niet levert, dan kan er niet met succes een beroep worden gedaan op buitengewone omstandigheden. De hoogte van de compensatie is het zeker waard om bewijzen te vragen, al helemaal als u met het gehele gezin te maken heeft gekregen met vertraging.

Op naar de herfstvakantie, traditiegetrouw weer een garantie voor vertragingen.

Voor verdere vragen of advies over compensatie bij vertraagde of geannuleerde vluchten kunt u altijd even contact met mij opnemen.

Mr. E. (Egbert) Douma

 

+
11-09-2018

Agrarische Schouw 27 september 2018

Net als afgelopen jaar staat Alderse Baas Advocaten weer met een mooie stand op de Agrarische Schouw, welke dit jaar voor de 66e keer wordt gehouden. De Agrarische Schouw vindt iedere 4e donderdag van september plaats. Het is een toonaangevende agrarische vakbeurs, georganiseerd in de open lucht in en rond Park Heremastate te Joure.

U kunt ons vinden op standnummer 421, op het haventerrein van Joure (zie bijgevoegde plattegrond). Wij staan u graag te woord voor een kennismaking of advies  onder het genot van een hapje en een drankje.

Graag tot dan!

plattegrond-Agrarische-Schouw-2018 (Standnummer 421)

 

+
16-07-2018

WETSVOORSTEL COMPENSATIE TRANSITIEVERGOEDING ZIEKE WERKNEMERS AANGENOMEN DOOR TWEEDE KAMER

Per 1 juli 2015 werd het arbeidsrecht ingrijpend gewijzigd. Per genoemde datum werd de transitievergoeding ingevoerd. De transitievergoeding is onder andere verschuldigd bij een beëindiging van een dienstverband na een aaneengesloten periode van arbeidsongeschiktheid van langere duur dan twee jaar. In een dergelijk geval kan het dienstverband opgezegd worden na verkregen toestemming door het UWV.

De verplichting om een transitievergoeding te moeten betalen na een lange periode van arbeidsongeschiktheid riep veel weerstand op. Het heeft ertoe geleid dat veel werkgevers het dienstverband met werknemers die langer dan twee jaar ziek zijn, niet hebben opgezegd. Het gevolg daarvan is dat er een sluimerend dienstverband blijft bestaan. Mocht de werknemer alsnog herstellen dan kan hij aanspraak maken op voortzetting van zijn dienstverband.

Op 5 juli 2018 is het wetsvoorstel compensatie transitievergoeding langdurig arbeidsongeschikte werknemers door de Tweede Kamer aangenomen. Op grond van de wettekst is het de bedoeling dat de regeling op 1 april 2020 in werking treedt. De Eerste Kamer dient het wetsvoorstel nog wel aan te nemen.

In het wetsvoorstel is vastgelegd dat de werkgever -binnen zes maanden na opzegging van een dienstverband met een arbeidsongeschikte werknemer- een aanvraag kan indienen bij het UWV om compensatie te verkrijgen van de uitbetaalde transitievergoeding.

In het wetsvoorstel is vastgelegd dat de transitievergoedingen die reeds werden betaald vanaf 1 juli 2015 en die nog zullen worden betaald tot 1 april 2020 ook in aanmerking komen voor compensatie. De aanvraag daartoe zal hoogstwaarschijnlijk binnen zes maanden na 1 april 2020 moeten worden ingediend.

Alderse Baas Advocaten houdt u op de hoogte van relevante wijzigingen in het arbeidsrecht.

Heeft u vragen met betrekking tot het beëindigen van de arbeidsverhouding met een zieke werknemer dan kunt u contact opnemen met Jan Bijlholt.

J.A.M. (Jan) Bijlholt

T. 0513-415655

M. jbijlholt@aldersebaas.nl

 

+
ADVOCATENKANTOOR ALDERSE BAAS

Wij zijn er om jou te helpen!

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten