Recht op legitieme portie? Dit moet u weten

Recht op legitieme portie? Dit moet u weten

Wanneer een kind wordt onterfd, betekent dat niet automatisch dat hij of zij niets krijgt uit de nalatenschap. Kinderen kunnen namelijk nog aanspraak maken op hun legitieme portie. Dit is een wettelijk minimumdeel van de nalatenschap in geld.

Om te kunnen berekenen hoe hoog dat bedrag precies is, moet eerst duidelijk zijn hoe groot  vermogen van de overledene was. In de praktijk kan dat tot de nodige discussies leiden. Een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag laat zien hoe ver de informatieplicht van erfgenamen/executeurs kan gaan (ECLI:NL:RBDHA:2025:6003).

Onterfd, maar wel recht op informatie

In deze zaak had een vader in zijn testament één van de dochters onterfd. Zij was daardoor geen erfgenaam meer, maar bleef wel legitimaris. Op grond van artikel 4:78 Burgerlijk Wetboek kan een legitimaris kan aanspraak maken op de legitieme portie.

Om de legitieme portie te kunnen berekenen, heeft de legitimaris recht op informatie over de nalatenschap. Daarom vroeg de dochter om verschillende financiële gegevens, waaronder bankafschriften van de jaren vóór het overlijden van de vader. Volgens de dochter waren de afschriften nodig om te controleren of de vader tijdens zijn leven giften had gedaan welke invloed konden hebben op de hoogte van haar legitieme portie. De executeur van de nalatenschap vond dit verzoek te ver gaan en stelde dat alleen het saldo op het moment van overlijden hoefde te worden verstrekt.

Wat vond de rechter?

De rechter stelde voorop dat een legitimaris niet automatisch recht heeft op alle bankafschriften vóór het overlijden. Het recht op informatie is namelijk beperkt tot gegevens die nodig zijn om de legitieme portie te berekenen.

Toch kan inzage in eerdere banktransacties in sommige situaties wel gerechtvaardigd. In deze zaak had de dochter wel reden om te twijfelen aan de verstrekte informatie. Zo had de executeur eerder verklaard dat er geen auto op naam van de overledene stond, terwijl later bleek dat dit wel het geval was. Ook vertoonden de belastingaangiften van de overledene opvallende schommelingen in het vermogen. Volgens de rechter vormden deze omstandigheden samen voldoende aanleiding gaven om nader onderzoek toe te staan. De dochter moest daarom inzage krijgen in de bankafschriften van rekeningen die op naam van de overledene stonden, tot vijf jaar voor zijn overlijden. Op deze manier kon de dochter controleren of er in die periode giften waren gedaan die moesten worden meegenomen in de berekening van de legitieme portie.

Deze uitspraak laat zien dat erfgenamen en executeurs verplicht zijn om openheid van zaken te geven wanneer een legitimaris informatie nodig heeft met betrekking tot de legitieme portie. Tegelijkertijd betekent dit niet dat een legitimaris onbeperkt inzage kan eisen in de financiële gegevens van de overledene. Per geval moet worden beoordeeld welke informatie noodzakelijk is.

Discussies over informatie bij een nalatenschap komen in de praktijk regelmatig voor en kunnen snel complex worden. In zulke situaties kan het daarom verstandig zijn om tijdig juridisch advies in te winnen.

Meer weten over dit onderwerp?

Neem vrijblijvend contact met ons op

Gerelateerde berichten