Boer zoekt natuur

Boer zoekt natuur

Boer X heeft een melkveebedrijf.

Hij heeft 45 ha weidegrond in gebruik – op grond van een pachtovereenkomst. Reguliere pacht, dus onderworpen aan alle strenge Pachtwet-regels.

In die overeenkomst staat dat hij de grond ‘vakkundig moet bewerken en bemesten’. Ook staat er dat hij de grond ‘vrij moet houden van onkruid en distels’. Boer X gebruikt de grond voor ‘gangbare landbouw’.

De tijden zijn hectisch en boer X wil het -daarom- rustiger aan doen. Hij besluit de bedrijfsvoering naar ‘minder intensief’ terug te brengen.

Boer X doet een aanvraag op grond van de ‘Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer’. Die aanvraag wordt goedgekeurd en boer X krijgt een mooi subsidiebedrag. Hij moet aan een nauwkeurig, per oppervlaktedeel omschreven beheersplan voldoen. Dat beheersplan verbiedt bemesting (let op: dit wijkt af van de pachtovereenkomst) en beweiding mag alleen in het naseizoen (van 1 augustus tot 31 december).

Dan krijgt de verpachter lucht van dit avontuur. Toestemming tevoren had boer X niet aan de verpachter gevraagd. Daar neemt de verpachter geen genoegen mee! Naar de rechtbank (pachtkamer): “Ontbinden graag, die pachtovereenkomst – want dit is wanprestatie! – met ontruiming van het gepachte land z.s.m.!”

Lukt dat? Ja, de rechtbank is het met de verpachter eens – de pachter had dit niet buiten toestemming mogen doen en dit tekortschieten (inbreuk op overeenkomst) is van zodanige ernst dat hierdoor de ontbinding gerechtvaardigd wordt.

Boer X vindt dat hij door deze uitspraak wel erg gedupeerd wordt – de subsidie kan op deze manier niet doorgaan en bovendien – wat heeft de verpachter er nou voor schade van..?

In hoger beroep dus – naar het pachthof Arnhem.

In zijn verweer in hoger beroep brengt de verpachter onder meer twee argumenten naar voren:

  • De pachter, die het land onder een natuurbeheer regeling brengt, gebruikt het land niet langer “voor de uitoefening van de landbouw”. Dat betekent dat er niet langer van een pachtovereenkomst sprake kan zijn. De wet stelt immers de eis aan een pachtovereenkomst dat het gepachte land in gebruik gegeven wordt “ter uitoefening van de landbouw”;
  • De pachter had, hoe dan ook, toestemming aan de verpachter moeten vragen, Nalaten is wanprestatie.

Over het eerste argument doet het pachthof een opvallende uitspraak. Het hof vindt dat  agrarisch natuurbeheer “naar algemeen aanvaarde opvattingen in de agrarische praktijk” een vorm van bodemcultuur (en dus: landbouw) is. Bovendien vindt het pachthof dat voldaan is aan het wettelijk vereiste dat sprake is van ‘bedrijfsmatig gebruik’. Die eis van “bedrijfsmatig gebruik” staat sinds 2007 in de wet en de praktijk is nog een beetje zoekende naar wat dat nu precies inhoudt. Omdat, in dit geval, de pachter kon wijzen op het ophalen van sneden hooi voor paardenvoer en verkoop aan derden nam het hof aan dat hier geen sprake is van hobbymatig gebruik. Het lijkt er trouwens op dat i.h.a. niet al te strenge eisen worden gesteld aan het bedrijfsmatig karakter van het gebruik.

Dan het tweede argument. Dat weegt wel zwaar! In de wet staat dat de pachter niet bevoegd is ‘de bestemming’ van het gepachte te veranderen zonder schriftelijke toestemming van de verpachter.

Van belang is dus de vraag wat, volgens de pachtovereenkomst, ‘de bestemming‘ van het gepachte is. Welnu: voordat de grond onder de natuurbeheerregeling werd gebracht, was sprake van een gangbaar, zelfs intensief landbouwbedrijf. De bepalingen m.b.t. bemesten en bestrijden van onkruid wijzen in die richting. Van die bestemming wijkt (de bestemming van) het agrarisch natuurbeheer ingrijpend af. Dus: de pachter had wel degelijk de verpachter – schriftelijk – toestemming moeten vragen.

Het tweede argument van de verpachter slaagt dus wel: de pachter heeft inbreuk gemaakt op zijn contract verplichtingen. Maar: is die inbreuk ook ernstig genoeg om de ontbinding van de overeenkomst te rechtvaardigen?

Hier komt het hof aan een belangenafweging: ontbinding heeft voor de pachter wel erg ingrijpende gevolgen. Weg bedrijf, weg subsidie. Terwijl, daartegenover, de verpachter van het natuurbeheer niet overdreven veel last heeft – aldus het hof – waarin niet alleen juristen, maar ook deskundigen zitting hebben (deze opmerking is grappig bedoeld).

Immers (aldus het hof): mocht de verpachter na afloop van het natuurbeheer behoefte hebben terug te keren naar intensieve veehouderij, dan volstaat aanvullende bemesting.

Als de pachter in de procedure kan aantonen dat hij, ook tijdens het natuurbeheer, aan onkruidbestrijding blijft doen zoals hij ook bij ‘gangbare pacht’ gedaan zou hebben, dan is geen sprake van contract inbreuk waardoor het contract ontbonden moet worden. De pachter mag dus de “overeengekomen rit” uitzitten.

Wel moet de pachter de proceskosten betalen. Hij had immers de gehele procedure kunnen (en moeten) voorkomen door netjes vooraf de toestemming aan de verpachter te vragen. Of hij die toestemming dan gekregen zou hebben, dat vertelt het verhaal niet…

Zo heeft het recht zijn loop weer gehad…

(Pachtkamer Hof Arnhem, 18.08.09, LJN BJ 5920, De Cloedt/Den Hamer)

Mr. J.H. (Jaap) van der Meulen

ADVOCATENKANTOOR ALDERSE BAAS

Wij zijn er om jou te helpen!

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten