Stikstof: gemeentelijke meldingen en vergunningen belangrijk

Stikstof: gemeentelijke meldingen en vergunningen belangrijk

Heeft u in het verleden een melding gedaan of een vergunning aangevraagd bij uw gemeente in het kader van milieu? De dieraantallen waren destijds niet zo belangrijk, er is soms maar wat ingevuld. Achteraf, blijkt nu, bepalen de gemeentelijke meldingen en vergunningen hoeveel stikstofruimte u heeft!

Geen vergunningsplicht voor bestaand gebruik

We beginnen met een uitzondering in de Wet Natuurbescherming: is er sprake van bestaand gebruik, dan bent u niet vergunning plichtig voor de Wet Natuurbescherming! Van bestaand gebruik is sprake als er sinds de relevante aanwijsdata van het Natura 2000-gebied (meestal: 1994) een vergunning is verleend in het kader van het milieu en er nadien geen wijzigingen hebben plaatsgevonden. Kortom de betreffende activiteit is exact hetzelfde gebleven.

Ter verduidelijking een casus:

Stel een melkveehouder heeft een Hinderwetvergunning uit 1990 voor het houden van 80 stuks melkvee en 30 stuks jongvee. Hierna is er niets gewijzigd, zo is er nog steeds hetzelfde aantal dieren, houdt hij de dieren in precies dezelfde gebouwen en er is sindsdien nooit meer een andere milieutoestemming verleend. De melkveehouder heeft een bestaand gebruik van 80 stuks melkvee en 30 stuks jongvee, hij is niet vergunning plichtig.

Wel vergunningsplicht, referentiesituatie bepaald door milieutoestemming

Heeft u voor uw huidige activiteit nog geen vergunning Wet natuurbescherming? Dan dient u met een AERIUS berekening te bepalen of een vergunning noodzakelijk is. Eerst berekent u de beoogde situatie (de reeds bestaande situatie of de gewenste situatie) voor uw activiteit, is er geen sprake van stikstofdepositie (≤ 0,00 mol/ha/j), dan is er geen vergunningsplicht.

Is er wel sprake van een stikstofdepositie (>0,00 mol/ha/j) dan dient u een AERIUS verschilberekening te maken tussen de beoogde en de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt bepaald door de geldende gemeentelijke vergunning of melding inzake milieu ten tijde van aanwijsdata van het van toepassing zijnde Natura 2000-gebied (meestal: 1994 en 2004).

Bijvoorbeeld:

Een melkveehouder  heeft een AERIUS-verschilberekening gemaakt waarbij er sprake was van een stikstofdepositie van hoger dan 0,00 mol/ha/j voor de volgende Natura 2000-gebieden: Waddenzee en Alde Feanen. Voor de Waddenzee geldt de aanwijsdata 1994 en 2000 en voor de Alde Feanen geldt de aanwijsdata 2000 en 2004. De melkveehouder heeft bij gemeente Súdwest Fryslân een verleende milieuvergunning in 1993 voor 50 melkkoeien. Hij heeft later nooit weer een melding of vergunning gedaan bij de gemeente, maar heeft nu feitelijk 100 melkkoeien. Zijn referentie voor 1994, 2000 en 2004 is 50 melkkoeien.

Worden er meer dan 100 stuks melkrundvee gehouden?

Tot slot kan de referentiesituatie worden bepaald door een melding in het kader van de Hinderwet, Wet Milieubeheer, o.i.d. In deze meldingen gedaan bij de gemeente wordt de vraag gesteld: “Worden er meer dan 100 stuks melkveerundvee gehouden?” Heeft u hierop ‘nee’ geantwoord, dan is uw referentiesituatie 100 stuks melkkoeien en 70 stuks vrouwelijk jongvee. Deze aantallen dienen echter wel onderbouwd te worden met bijvoorbeeld een bouwtekening.

Heeft u vragen? Dan kunt u contact opnemen met mevrouw mr. J. (Josien) Kuiper (jkuiper@aldersebaas.nl).

ADVOCATENKANTOOR ALDERSE BAAS

Wij zijn er om jou te helpen!

Door deze website te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten